Monitoringcomité: ‘Zes maanden voor mijn pensioen laat ik mij niet in de hoek drummen’
Minister Wilmès (archiefbeeld). Foto: Photo News

In de Kamer heeft de voorzitter van het Monitoringcomité, Alfons Boon, tekst en uitleg gegeven bij de berichten dat de regering zich zou gemoeid hebben met zijn begrotingsrapport. ‘Zes maanden voor mijn pensioen laat ik mij niet in de hoek drummen.’

De bal ging vorige week aan het rollen. Het Monitoringcomité bracht toen (woensdag) zijn traditioneel rapport uit, waarin het inschat welke begrotingsinspanning de federale regering moet leveren om op koers te blijven. Ditmaal stond er evenwel een opmerkelijke passage in, waaruit bleek dat er onenigheid bestond tussen de voorzitter van het Monitoringcomité en de overige leden. Dat deed vragen rijzen over mogelijke druk op het comité vanuit de regering-Michel.

De omstreden passage ging als volgt: ‘De voorzitter van het Monitoringcomité heeft ondanks het aandringen van leden van het comité geopteerd voor deze presentatie, eerder dan de opgesomde elementen aan de raming van de te leveren inspanning toe te voegen. Deze leden kunnen het verslag op dit punt niet onderschrijven.’

Concreet: volgens het rapport moet de regering in 2019 een structurele inspanning doen van 2,66 miljard euro. Maar in een slecht scenario zou de inspanning voor 2019 kunnen neerkomen op vijf miljard euro. Als de tax shift geen positieve gevolgen heeft, levert dat een extra tekort van 523 miljoen op en slechtere prognoses op het vlak van de voorafbetalingen van belastingen kunnen de inspanning met nog eens 1,8 miljard opdrijven.

Stennis

De oppositie greep de passage vorige week al aan om stennis te maken in de Kamer. Tijdens een reeks vragen aan minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) had Kristof Calvo (Groen) het over een ‘gecensureerde versie’ en een ‘optimistische visie die zou zijn opgedrongen door de regering’. Ook Peter Vanvelthoven (SP.A) wilde weten of het Monitoringcomité onder druk is gezet om het rapport rooskleuriger voor te stellen.

Het antwoord van minister Wilmès kon het parlement toen niet geruststellen. Zij stelde dat het proces normaal en zoals gebruikelijk is verlopen en dat er traditioneel contacten zijn tussen een minister en zijn of haar administratie in het kader van de voorbereiding op een rapport.

Het woord is aan de voorzitter

Vandaag werd de voorzitter van het Monitoringcomité, Alfons Boon, zelf uitgenodigd in het parlement. Hij gaf toe dat er interne meningsverschillen waren over de voorstelling van de begrotingsinspanning die de federale regering moet leveren. ‘De ene wil dit en de andere wil dat en dan heb je als voorzitter de keuze.’ Dat hij toch doorzette, was omdat hij een werkstuk wilde afleveren waarmee de regering aan de slag kon gaan. Bovendien staan alle elementen in het rapport die de regering nodig heeft om beslissingen te nemen.

De zitting ging onder een slecht gesternte van start. De oppositie struikelde immers over de setting waarin de vergadering verliep. Ze moest tot haar verbazing vaststellen dat naast Boon minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) zat. ‘Denken we nu echt dat meneer Boon zal toegeven dat hij onder druk is gezet als de begrotingsminister naast hem zit als een soort gendarme? Dit is bijna de regering die het Monitoringcomité controleert’, zette Kristof Calvo (Groen) meteen de toon. Met andere woorden: hoe kan de voorzitter vrijuit spreken met de minister naast zich?

Minister Wilmès antwoordde dat zij als voogdijminister verantwoordelijk is. Dat is wat de Grondwet haar oplegt, onderstreepte ze. Ook voorzitter Boon beet van zich af. ‘Als we op deze manier voortdoen, dan voel ik me niet geroepen om nog meer uitleg te geven aan jullie.’ Hij stond stevig genoeg in zijn schoenen en zou zeker vrijuit spreken. ‘Zes maanden voor mijn pensioen laat ik mij niet in de hoek drummen’, reageerde hij. ‘Ik heb veertig jaar lang alle budgettaire gebeurtenissen van a tot z meegemaakt.’

Even later, toen Calvo zich stoorde aan ‘overleg’ tussen Boon en de minister, schreeuwde hij zijn loyauteit aan de opeenvolgende ministers van Begroting uit. ‘Ik heb gans mijn leven ministers gediend van alle partijen, van ‘s morgens tot ‘s nachts. Ik zal dat ook blijven doen’, luidde het. ‘Ik kan u verzekeren dat elk lid van het Monitoringcomité een open relatie heeft met zijn kabinet. Dat is normaal. Het is de enige manier om een goede dienstverlening te verzorgen.’