KLM en Air France onder vuur voor ‘no show-clausule’
Foto: IMAGEGLOBE

Wie een vliegtuigreis met een overstap boekt, mag niet verplicht worden het hele traject af te leggen. Dat eist Test-Aankoop, dat daarvoor een proces aanspant tegen Air France en KLM.

Die luchtvaartmaatschappijen hanteren een ‘no show-clausule’: wie het eerste deel niet gebruikt, verliest zijn rechten op het volledige ticket. In sommige gevallen moeten een toeslag worden betaald om verder te reizen, in andere gevallen is zelfs een volledig nieuw ticket nodig. Dat is onrechtvaardig en schendt het reglement inzake prijsaanduidingen, zegt Test-Aankoop.

De clausule geldt voor passagiers die bijvoorbeeld een rondreis met diverse vluchten kochten, bij wie een treinrit naar de luchthaven is inbegrepen, of bij wie de terugvlucht integraal deel uitmaakt van de reis. In het slechtste geval kan iemand die te laat komt voor de heenvlucht dus ook zijn recht op de terugvlucht verliezen. Bovendien heeft de maatschappij het recht om de plaats in kwestie door te verkopen, zonder de oorspronkelijke passagier zijn geld terug te geven.

‘Er zit voor de betrokkene in zo’n geval dus niets anders op dan een zware toeslag te betalen of zelfs een volledig nieuw ticket te kopen’, aldus Test-Aankoop, die benadrukt dat het ook mogelijk is dat de vlucht ondertussen al uitverkocht is.

Volgens de organisatie leidt dit type van clausule tot een uitgesproken onevenwicht tussen de rechten en de plichten van de luchtvaartmaatschappij enerzijds en de passagiers anderzijds. Daarnaast schenden de clausules toepassingen van het reglement inzake prijsaanduidingen.

KLM en Air France hanteren de clausule volgens Test Aankoop erg strikt. Hun algemene voorwaarden voorzien dat indien de passagier zijn eerste vlucht niet neemt hem een bijkomend forfaitair bedrag zal worden aangerekend, gaande van 125 euro voor een korte-afstandsroute tot 3.000 euro voor een lange-afstandsvlucht.

Maar de bedoeling van de rechtszaak is dat alle luchtvaartmaatschappijen afzien van dit soort bepalingen.

Buitenlandse precedenten

In het verleden werden maatschappijen als Lufthansa, British Airways en Iberia Airlines al veroordeeld, omdat Duitse, Oostenrijkse en Spaanse rechters beslisten dat de clausule in strijd is met de nationale wetgeving gebaseerd op de Europese richtlijn inzake oneerlijke contracten.