Geen ritzege, geen bezoek en lastig vooruitzicht voor Jasper Stuyven: “Gedaan met lachen”
Foto: BELGA

Jasper Stuyven toonde zich in de Tourrit van zondag naar Roubaix, maar zijn aanval draaide niet uit op succes. “Al ben ik wel blij dat de zege in de ploeg bleef met John Degenkolb”, klonk het op de rustdag.

“Ik had die etappe van zondag met stip aangeduid”, blikte hij nog even terug. “Ik wist dat het op één van die twee kasseistroken nog zou moeten gebeuren, dus waagde ik mijn kans. Ik had echt geen zin in een sprint met Gaviria en Sagan, dan was die kasseirit een maat voor niks. Ik wou gewoon koersen, zeker met de benen die ik had. Ik reed nog naar de koplopers, maar kreeg niemand anders in steun. Dat is spijtig. Een beetje later rijden John, Greg en Yves wel weg en was het aan mij om het ploegenspel te spelen.”

“Ik ben een beetje ontgoocheld over mijn eigen resultaat, maar uiteraard ik ben blij dat de zege in de ploeg blijft. Ik weet ook wat die overwinning voor John betekent, dus daar kan ik wel mee leven. We hebben met de ploeg een ontzettend sterke koers gereden en werden beloond met de zege. Dat moeten we onthouden.”

Geen bezoek op rustdag

Op de rustdag sliep Stuyven lang uit, tot 10 uur waarop een ploegmaat hem moest wekken of hij miste de ‘koffierit’ met de ploeg. “Daarna volgde een lunch, persmoment, moet ik nog wat rusten op bed en volgt een massage. Meer hield deze rustdag niet voor mij in. Neen, ik kreeg geen bezoek. Ik vind dat niet nodig in de Tour, het biedt niet echt voordelen, want je kunt elkaar maar heel kort zien en dat is voor mijn familie niet echt dankbaar. Het is geen noodzaak.”

“Gedaan met lachen”

Het peloton trekt de Alpen in dinsdag. “Het is gedaan met lachen”, eindigde hij, “voortaan moeten we klimmen. Voor mij persoonlijk zijn er niet veel meer kansen. Misschien in rit 13 of 18, maar daar hoopt wellicht 70 procent van het peloton op. En dan wordt het zaak om te overleven in de bergen: Bauke (Mollema) bij te staan waar ik kan, hem in een goede positie aan de eerste klim af te zetten. Maar veel meer zal ik niet kunnen doen voor hem daarna, want ik ben geen klimmer. Waar ik kan, zal ik mijn steentje bijdragen.”