Niemand kon deze WK-uitslag voorspellen, ook de banken niet
Foto: AP

Had u voor aanvang van het WK Voetbal gedacht dat Frankrijk zondagavond de wereldbeker de lucht zou insteken? Troost u: zo goed als alle investeringsbanken zaten er ook naast.

Elke vier jaar maken zakenbanken er een sport van de uitslag van het wereldkampioenschap voetbal te proberen te voorspellen. Uiteraard met de bedoeling om zelf ook een commercieel graantje mee te pikken. Als hun theoretische modellen en data-analisten erin slagen de winnaar van een van de grootste sporttornooien ter wereld te voorspellen, dan zullen ze ook wel goed zijn in het voorspellen van wat de financiële markten doen, zo luidt de redenering.

Het nadeel van dat statistische spierballengerol is dat het achteraf heel makkelijk te controleren is hoe accuraat de voorspellingen van die zakenbanken waren. En die waren dit jaar op zijn zachtst gezegd weinig vertrouwenswekkend.

Neem nu Goldman Sachs, een van de allergrootste investeringsbanken ter wereld. Voor het derde jaar op rij kozen de analisten van Goldman Sachs Brazilië als hun beoogde eindwinnaar. Altijd een veilige keuze, natuurlijk, maar de instelling had daarvoor naar eigen zeggen zelfs ‘uren- en urenlang data geanalyseerd en een miljoen simulaties gedaan’. Daaruit moest blijken dat Duitsland Engeland zou verslaan in de kwartfinale, waarop datzelfde Duitsland in de finale zou worden verslaan door Brazilië. Intussen weten we dat Duitsland het niet eens verder schopte dan de eerste ronde. En misschien weten we nu ook waarom Goldman Sachs in 2007 de kredietcrisis niet zag aankomen.

Ook anderen hadden het fout

Niet enkel Goldman Sachs sloeg de bal mis. Het Zwitserse concern UBS besteedde net zoveel verloren tijd aan een WK-analyse. Het baseerde zich daarvoor op de resultaten van de afgelopen vijf WK’s, bracht het thuisvoordeel van Rusland in rekening en berekende hoeveel de individuele spelers van elk nationaal team waard zijn op de transfermarkt. Een intensieve oefening, waaruit Duitsland als eindwinnaar kwam. En laat die nu net hun allerslechtste WK ooit gespeeld hebben.

Ook ING maakte zichzelf belachelijk, en wel door eveneens een voorspelling te maken op basis van de marktwaarde van de individuele spelers van elke nationale ploeg. Het Nederlandse concern belandde zo bij Spanje als eindwinnaar. Dat roemloos ten onder ging in de achtste finale.

Slechts een bank had het goed

Is er dan geen enkele zakenbank die dankzij het WK heeft kunnen bewijzen dat ze uw belegging waard is? Toch wel, al zal u daarvoor wel een flink eind moeten reizen. De analisten van de Japanse bank Nomura keken ook wel naar de transferwaarde van elk team, maar legden die cijfers naast de resultaten die elk team de afgelopen jaren kon boeken, én naast het momentum waarop die teams erin slaagden hun beste resultaten te behalen.

En zowaar: Nomura was de enige grote investeringsbank die Frankrijk als eindwinnaar aanduidde. Al dachten zij wel dat de Fransen de finale zouden spelen tegen Spanje. Waardoor ook deze correcte voorspelling meer met geluk te maken lijkt te hebben, dan met kunde.

Weinig data voorhanden

Zijn die banken nu gewoon onbetrouwbare instellingen, die met uw geld ook zowaar wat doen? Of is er meer aan de hand? ‘Hoe beter je iets wil voorspellen, hoe meer data je daarvoor nodig hebt’, zegt Debs Balme, de directeur van de afdeling marktanalyse van het Amerikaanse marketingbureau Merkle, aan de Britse krant The Guardian. En aangezien het wereldkampioenschap slechts eenmaal om de vier jaar wordt gespeeld, is er nu eenmaal heel weinig data voorhanden. Wat een correcte voorspelling aartsmoeilijk maakt.

Balme: ‘Basebal- en basketbalwedstrijden zijn daarom veel makkelijker te voorspellen. In de Amerikaanse baseballcompetitie speelt elk team jaarlijks 162 wedstrijden. Dat levert een gigantische hoeveelheid data op over de sterkte van alle teams, waardoor heel nauwkeurige voorspellingen te maken zijn.’