The National: Last van aanstelleritis
Foto: Koen Bauters
Ja, wat hebben ze dijken van songs. En ja, wat brachten ze die vol overtuiging. The National zal ook voor dit concert lof oogsten van pers en publiek, en terecht. Wegens die songs en dat vakmanschap dus. Maar mogen we hier ook even kwijt dat de lichte verwarring die zanger Matt Berninger zo graag zaait, ons meer afstootte dan aantrok?

Het duurde niet lang voor Berninger zijn eerste microfoon de grond op keilde. Dat was tijdens een krachtig ‘The system only dreams in total darkness’, typisch zo’n The National-song waarin Berninger zijn onmacht op poëtische wijze uitschreeuwt. En hoe meer de zanger van z’n drankjes nipte (geen wijn zoals gewoonlijk, maar iets wat leek op een mojito), hoe serieuzer hij dat schreeuwen nam. Gelukkig bleef hij bij de les en kleurde hij de wondermooie zangpartijen in ‘Don’t swallow the cap’ en ‘Light years’ met zijn aardedonkere bariton gloedvol in. ‘Fake empire’ was trouwens nog zo’n treffend mooi moment. 

Aanstellerij

Tussen de hits door (ook ‘Bloodbuzz Ohio’ en ‘The day I die’ kwamen voorbij) raakte Berninger ons evenwel een paar keer kwijt. Dat akkefietje met de band waarin hij zijn gitarist ‘Fix your guitar!’ toebeet. Die microfoonstandaard die hij aan iemand in het publiek overhandigde (waarom?). Zijn geijsbeer over het podium, met dat air van onverschilligheid. Het hielp allemaal niet om onze sympathie te winnen. Nu hebben ze bij The National onze sympathie natuurlijk niet nodig. Maar als we Matt Berninger niet zo’n aansteller hadden gevonden, hadden we dit concert - en dan vooral die bigger-than-life-songs van The National - wellicht iets intenser beleefd.