Erdogan legt eed af als Turks president en heeft nu almacht
Foto: EPA-EFE

Twee weken na de president- en parlementsverkiezingen in Turkije heeft de oud en nieuwe president Recep Tayyip Erdogan zijn ambtseed afgelegd. Erdogan, die de geschiedenis van Turkije al bijna zestien jaar lang bepaalt, is nu niet meer alleen staatshoofd, maar ook leider van de regering.

De eedaflegging in het parlement in Ankara maandagnamiddag bezegelde de hervorming van de staat in een presidentieel systeem. Erdogan had daar jarenlang naartoe gewerkt.

Tijdens een korte plechtigheid zwoer Erdogan dat hij loyaal zal zijn tegenover de rechtsstaat, de democratische en seculiere republiek zal beschermen en zijn functie onpartijdig zal uitoefenen. Hij zal niet afwijken van ‘het ideaal dat iedereen in het land van fundamentele vrijheden en mensenrechten kan genieten’.

Een paar uur na zijn beëdiging heeft Erdogan zijn nieuwe regering voorgesteld. De belangrijkste ministerposten blijven in dezelfde handen. Erdogan kiest voor vertrouwelingen en familieleden. Als eerste vicepresident benoemde hij Fuat Oktay, gewezen staatssecretaris en adviseur van de voormalige minister-president Binali Yildirim. In het nieuwe presidentiële systeem is de functie van minister-president afgeschaft.

Nieuw is Erdogans schoonzoon Berat Albayrak als minister van Financiën. Erdogan kan de ministers voortaan zonder toestemming van het parlement benoemen.

Maduro, Orban en Medvedev

Eerder namen rond de 10.000 gasten deel aan een pompeuze plechtigheid in het presidentieel paleis. Volgens gezagsgetrouwe media werden 22 presidenten en 28 eerste ministers uitgenodigd op een feestelijk diner. Het Kremlin bevestigde de komst van de Russische premier Dmitri Medvedev.

Op de gastenlijst zouden ook de namen prijken van vertegenwoordigers van de EU en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Pakistaanse president Mamnoon Hussain, de Venezolaanse president Nicolás Maduro en de Hongaarse premier Viktor Orban.

President van 81 miljoen Turken

In zijn eerste toespraak na zijn eedaflegging heeft Erdogan Turkije 'een nieuw begin' beloofd. 'We laten een systeem achter ons dat op politiek, sociaal en economisch vlak chaos heeft veroorzaakt'. In het nieuwe tijdperk zal Turkije 'op elk gebied, van de democratie tot de fundamentele rechten en vrijheden, van de economie tot grote investeringen' beter worden. Erdogan herhaalde ook zijn verkiezingsbelofte om van Turkije één van de grootste economische machten van de wereld te maken.

Hij wil de president van alle 81 miljoen Turken zijn, klinkt het. 'We zullen garanderen dat al onze burgers al hun rechten, vrijheden en van de rijkdom van ons land kunnen genieten, onafhankelijk van hun afkomst of hun geloofsovertuiging (...)', beloofde hij nog.

Van burgemeester tot president

De eedaflegging als president aan het hoofd van een nieuw presidentieel systeem is de bekroning van een carrière, die voor Erdogan niet in de wieg was gelegd. Hij werd in 1954 geboren in de Istanbulse arbeiderswijk Kasimpasa en moest als kind op straat bagels verkopen om zijn gezin te ondersteunen.

Politieke merites verdiende hij vanaf 1994 als burgemeester van Istanbul. Later werd hij tot driemaal toe eerste minister. Omdat hij het ambt volgens de statuten van de AKP geen vierde keer mocht uitoefenen, liet hij zich in 2014 tot president verkiezen. In april 2017 stemden de Turken in een omstreden referendum voor de overgang naar een presidentieel systeem. Op 24 juni won Erdogan de presidentsverkiezing met 52,6 procent.

Coup

Tot dusver heeft niets Erdogan tegengehouden, ook een bloedige couppoging in juli 2016 niet. Kort daarop vaardigde hij de noodtoestand uit, waaronder hij tienduizenden politieke tegenstanders en critici liet ontslaan of opsluiten. Zondag nog werden opnieuw 18.000 ambtenaren per decreet ontslagen.

Een van de redenen en ook waarom velen zich niet gemakkelijk voelen over zijn nieuwe almacht. Ook volgens het Westen is Erdogan erg veranderd. In 2004 werd hij als premier nog tot ‘Europeaan van het Jaar’ verkozen. De toenmalig Duits bondskandelier Gerhar Schröder prees Erdogan voor zijn ‘inspanningen voor meer vrijheid, voor een betere bescherming van de mensenrechten en minder paternalisme van de overheid’. Volgens critici is Erdogan vandaag nu net tegen al deze waarden gekant. De oppositie waarschuwt voor de ‘heerschappij van één man’. Een van Erdogans verkiezingslogans was: ‘Een groot Turkije heeft een sterke leider nodig’.