Arctic Monkeys: Elvis en apenstreken
Foto: Koen Bauters

In ‘Four out of five’ stonden Alex Turner en de zijnen even met acht man op het podium.

En al stond er na het openingsnummer meestal maar een of twee extra man naast de groep, dat was even slikken. Er zijn op Tranquility Base Hotel And Casino, de laatste plaat van het viertal (in ons hoofd toch) zoveel toetsen en laagjes, dat extra personeel nodig was.

Die nieuwe plaat werkt niet altijd live. In het beste geval leverde het de melodieuze tristesse op van de titelsong. in slechtste een adhd-song als ‘She looks like fun’ met een regel muziek, een drumsolo, weer melodie maar wel een andere dan eerst, enzovoort. Het bombast van ‘Pretty visitors’ was ook schrikken.

En omdat die extra muzikanten ook in de oude songs niet met hun duimen willen zitten te draaien, gaat een band soms songs verbeteren die geen extra versiering behoefden. Was dat een steeldrum die we hoorden in ‘Why d’you only call me when you’re high, Turner? Er is altijd ruimte voor meer koebel, maar steeldrum: nee. Ook niet als hij uit de keyboards komt.

Turner zit, getuige de Elvis-bril en het dito kapsel nog steeds in de Las Vegas-trip die hij met zijn nevenproject Last Shadow Puppets is begonnen. In zijn hoofd is hij een wat verlopen crooner. Hij speelde dat ook, soms tot verwarring van het publiek: was hij nou zijn tekst kwijt aan het einde van ‘One point perspective’? Wel, nee: de laatste regel is ‘I’ve lost my train of thought’.

Prachtige versie overigens, van ‘One point perspective’: met die verkouden gitaar en die weelderige strijkers leek het wel een soundtrack van een sixties-film, eentje met een blonde hoofdrolspeelster die veel rookt en uit het raam kijkt.

Het is jammer voor de Monkeys, maar het concert schakelde pas echt een versnelling hoger als ze materiaal van de vorige platen speelden. ‘Knee socks’ (met geestige falsetten van Turner en drummer Matt Helders), ‘Do I wanna know’, ‘Arabella’ of zelfs het onverslijtbare ‘I bet you look good on the dancefloor’ van de eerste plaat: ze zitten natuurlijk langer in het collectieve geheugen, maar ze werkten gewoon beter live.