Roméo Elvis?: Hier is de feesje!
Roméo Elvis Foto: Koen Bauters
‘Waar is de feesje?’ wilde Roméo Elvis weten in Klub C. Retorische vraag, maar wel een goeie. En dan moest hij nog opboksen tegen Nick Cave die aan zijn zwarte magie begon op het hoofdpodium.

‘Mijn moedertalig is Frans, maar vaandag ben ik een beejtje Flamand. En Belg’, vertelde hij. Na zijn grote tournees in Frankrijk moet je de Brusselse hiphopkoning niet vertellen hoe je een publiek bij het nekvel moet grijpen. ‘Hoe gaat het Werchter, vous êtes chaud?’ Ja, hoor, Roméo, très chaud.

Hij drogeerde de tent meteen met de slome rapflow van ‘Jaloux’, zo’n song die Le Motel met een van zijn duistere ratelritmes mocht omranden. Een tweede handlanger, de Nederlander Lennard Vink, diepte de sound verder uit met extra elektronica en perussie. Het publiek zong meteen mee.

Nee, Roméo Elvis is niet meer de splinterbom van zijn vroegere shows. Het vele toeren heeft meer raffinement en balans gebracht. Maar door de inbreng van Vink op percussie en elektronica kreeg klankwizard Le Motel meer ruimte om zijn inventieve grootstedelijke soundminiatuurtjes te etaleren. Daar zat de winst.

Hoogtepunten volgden snel met ‘Bébé aime la drogue’ en ‘Drôle de question’, waarvoor de rapper de gitaar omgordde. Dat zus Angèle het intieme ‘J’ai vu’ niet live kon meezingen, was geeneens sneu. Roméo Elvis gooide zijn Rode Duivels-shirt uit voor ‘Ma tête’, zijn gevecht met tinnitus. De zwoele oewoehoes van een gesampled dameskoor verzachtten de pijn terwijl hij tegen het canvas smakte. Topsong, topmoment.

Net als het duivelse ‘Sabena’, waarin zijn pezige torso gevangen werd in harde lichtbundels. En toen dreunde ‘Tu vas glisser’ de tent uit zijn klinknagels. 

‘Gisteren was ik in Frankrijk, they are fokking scared of us right now’, deelde hij nog even vrolijk mee. Voorzet, meteen op de voet, vlam, binnen. 

Het concert stond opnieuw in het teken van samenhorigheid. De Brusselaar danste met de driekleur in de frontstage tijdens ‘Bruxelles arrive’, dat de laatste kopstoot van de avond uitdeelde. Toen we na een kort ‘Nappeux’ naar buiten wandelden, floten onze oren nog na. Maar die kwelling wilden we graag doorstaan.