Pearl Jam deelde een pandoering uit (en deed dromen)
Foto: Koen Bauters

‘Absolutely nothing’s changed’, zong Eddie Vedder vier jaar na de laatste passage van Pearl Jam op Rock Werchter. Toch wel iets, nee? Een andere president van de VS, bijvoorbeeld.

‘Ik wil niet te veel woorden aan Trump vuilmaken’, stotterde hij nog nadat hij met pauselijke tongval de menigte ‘op get beeste vestival fan de weerelt’ een ‘gooie aaavont’ had gewenst. Maar het Oranje Gevaar liep als een rode draad door de show.

In het decor, een soort groezelige plaatslagerij, maar vooral in de songkeuze, met een overwicht aan ziedende punknummers. De grungeveteranen uit Seattle hadden er wat rimpels bij gekregen, maar ze gooiden ons songs voor de voeten met de branie van jonge, grommende honden.

‘Habit’, opgedragen aan de Trump, liet Vedder symbolisch voortijdig in puin vallen. Maar ‘Animal’ en vooral ‘Do the evolution’ grijnsden hun tanden bloot. Net als een ziende ‘Lukin’ en het aan Jack White opgedragen, vol op het gaspedaal gespeelde ‘Spin the black circle’.

Pearl Jam deelde een pandoering uit (en deed dromen)
Foto: Koen Bauters

En toen trommelde Vedder Wayne Kramer van de legendarische Amerikaanse oerpunkgroep MC5 het podium op, om samen met Soundgarden-gitarist Kim Thayil een moordversie van ‘Kick out the jams’ te brengen. Vijf gitaristen en twee bassisten trokken een wall of sound op waar geen Phil Spector tegenop kon. Gelegenheidssongs zijn vaak flauw, maar dit was Een Moment.

De fles rode wijn ging open en ‘Even flow’, met zijn granieten basriff die Jimi Hendrix’ ‘Voodoo chile’ in de kleren droeg, eindigde in een eerste van vele zangstonden. Gitarist Mike McCready, altijd een beetje een show-off, ging hendrixiaans voor de boxen staan lurken aan zijn kermende gitaar. ‘Jeremy’ en ‘Porch’ beitelden de hoogtepunten verder in ons geheugen.

‘Dit is maar een klein moment in de tijd’, zei Vedder voor ‘Given to fly’. ‘Onze kinderen en de toekomstige generaties zullen weer orde op zaken stellen.’ Vedder loofde de harmonie van het festival, liet een glitterbol oplichten tijdens ‘Whishlist’ en haalde Jack Johnson erbij om John Lennons ‘Imagine’ te zingen.

Het werd een groots moment van samenhorigheid, verenigd in duizenden kelen en evenveel oplichtende telefoons. ‘Dit is het bewijs dat mensen wél met elkaar kunnen opschieten, welke huidskleur of geaardheid ze ook hebben,’ zei Vedder. ‘We kunnen Trump veranderen. Ik wil de hoop niet verliezen. Film dit zodat onze president kan zien hoe het wel kan.’ Ontwapenend als een kind vertelde Vedder het allemaal. Maar wat een charisma heeft die man.

Pearl Jam deelde een pandoering uit (en deed dromen)

En dan die verbeten blik waarmee hij ‘Once’ bracht, zijn stem getaand door vele levens. De krop in de keel genaamd ‘Black’ volgde, en ‘Rearviewmirror’, waarin de band zich vasthechtte aan een onweerstaanbare groove. ‘Alive’ droeg Vedder op aan zijn grote held Nick Cave, van wie hij zoveel geleerd had en die hij eerder die dag voor het eerst ontmoet had.

Nadat hij eerder al ‘I believe in miracles’ van The Ramones opgedragen had aan de Rode Duivels, trok hij na een versplinterend ‘Baba O’Riley’ van The Who een shirt van de Rode Duivels aan. De liefde kreeg hij meteen terug.

‘Jullie energie nemen we mee naar huis’, zei Vedder. ‘Dit is als surfen op grote golven.’ Hij lachte breed en wenste ons ‘big dreams’. Pearl Jam was groots, Pearl Jam deelde een pandoering uit, maar Pearl Jam deed vooral dromen.