The Breeders Huh. Wat? Wacht... Ja!
Foto: Koen Bauters
'This could be a fuckin' mess, but let's go!' zegt Kim Deal vóór de band losbarst in 'Cannonball'. Het toestelletje waarmee ze haar stem in de intro vervormt, doet inderdaad raar, maar de song heeft na al die jaren nog niets van zijn wilde frisheid verloren. In de Barn wordt zowaar gesprongen en gedanst, ondanks de hitte.

Misschien hadden de oermoeders van de indie wat vaker gewoon 'let's go!' moeten zeggen, want het concert was een frustrerende oefening in coïtus interruptus. Een typisch moment was 'I just get along'. Het nummer daarvoor, 'Off you', kwam er nog niet zo lekker uit; het begin van het concert zat het geluid nog niet goed, en in de tribunes kon je het gebabbel van Deal amper verstaan. 

Maar 'I just wanna get along', gezongen door tweelingzus Kelley Deal, was een mep op tafel: fel en punky, maar met de typische Deal-glimlach. Eindelijk, dachten we, dit concert is vertrokken.

En dan... stilte, terwijl weer iemand aan haar gitaar prutste en er minutenlang overlegd werd tussen band en technici. Als het wél werkte, viel op dat Kelley voor de variatie zorgde door slide te spelen of speciale effecten op haar gitaar te zetten. Dat de songs van de nieuwe plaat All Nerve, zoals 'Spacewoman', gerust naast het oude materiaal mogen staan in de divisie 'net niet valse meisjesstemmen vs gruizige gitaar'. Dat een heleboel mannen van een zekere leeftijd hun gsm bovenhaalden om 'Gigantic' te filmen. 

Dat 'Do you love me now' en 'Saints', waarmee ze afsloten, niet stuk te krijgen zijn. The Breeders zijn nog steeds dezelfde vrolijke chaoten als twintig jaar geleden (op de stoïcijnse en altijd perfect voorbereide bassiste Josephine Wiggs na). Dat kun je ook zien als trouw blijven aan je roots. Maar ik vermoed dat enige nostalgie hielp om dit concert te smaken.