Nadat de Rode Duivels de Goddelijke Kanaries uit het WK voetbal hadden geknikkerd, was er maar één groep die voldoende vuurwerk kon aanslepen: The Killers, de band ‘from fabulous Las Vegas’, bij wie pathos, bombast en fake in hun scheenlappen genaaid staan.

Al bij de, komt ie, aftrap van hun concert probeerden ze ons met roze confetti op een wolk te knallen. ‘The man’ wilde ‘m meteen binnenkoppen met zijn Talking Heads-funk-meets-Arcade Fire-disco en het soulvolle damestrio op de backings. Dé man was niet de in goudlamé hemdje gehesen, breed lachende gastheer Brandon Flowers, maar Kevin De Bruyne die op het videoscherm achter de band verscheen. 

‘Waar is hét feesje?’ wilde Flowers weten. Hier, gokten wij. ‘Somebody told me’ drukte het gaspedaal van zijn getunede sportwagen nog wat dieper in en ‘Spaceman’ gebruikte de Turbo Boost van Knight Rider om nóg hoger te raken. Hé, in de wereld van The Killers kan je niet té hard je best doen. Maar zoveel ijver werkt ook wel op de lachspieren.

Laserstralen schoten door de nacht, huurling Jake Blanton lied zijn bas metalig met onze ribbenkast rammelen alsof hij de blanke bastaardzoon van Larry Graham was. 

Slappende bas

Daarna probeerde ‘The way it was’, The Boss na een maandje gokken in Las Vegas, de gezwollen rivier die hun concert was geworden, in te dammen. ‘Hello Rode Duivels. Welkoom in onze woonderbaarlieke show’, herinnerde Flowers het voor ons nog even samen. ‘You are the best team in the World Cup and you got the best band from Vegas playing for you.’

Maar na de furieuze start zakte de cake toch in. ‘Run for cover’, een halfslachtige poging tot Trump-bashing, is een song waarvoor je zelf liever dekking zoekt. Flowers zong met een krak in zijn blik en haalde de hoge noten niet. Had hij al aan de champagne gezeten voor zijn set? Tsss.

Alsof hij het besefte, sprong hij gezwind van de monitoren naar de uithoeken van het podium. Blanton jaagde met een slappende bass de eightiessynths van ‘Jenny was a friend of mine’ op, drumbeest Ronnie Vannucci Jr. beukte zich door de onder een glitterbal verstopte postpunk van ‘Smile like you mean it’. Oké, dat deed hij in élke song, waardoor dat trucje ook wel ging vervelen.

Tricolore serpentines

Een fan uit het publiek kreeg de ondankbare taak Vannucci te vervangen, maar toen bleek dat hij er niks van bakte mocht hij afdruipen als Neymar en zijn Brazilianen. The Killers waren zelf ook even van slag, ‘For reasons unknown’ ontvouwde zich als een flauw recept in de verkeerde volgorde. 

‘Runaways’ krikte de sfeer weer op, Flowers liet de Bono in zichzelf los voor wat owohoowoos. Het publiek was opnieuw wakker. ‘When you were young’ moest wegduiken voor een regen van gensters, maar ‘All these things’ knalde met tricolore serpentines richting the limit. Dat ze wel soul hadden, maar geen soldier waren, kirde het gospeltrio.

Net als negen jaar geleden, bij The Killers’ vorige passage, bleek ‘Human’ de grootste meezinger van de avond. Flowers kroop achter zijn rood oplichtende marssymbool en goot er wat Kraftwerk-synths en een vocoder over. Nonsens, maar wat een heerlijke song. Net als dat, daar is em, onverslijtbare oudje ‘Mr Brightside’. 

Zo vlekkeloos als het glimmende gebit van Flowers was dit concert niet. Maar er zat meer leven in The Killers dan we verwacht hadden.