Muyters bevestigt: Vlaanderen kandidaat voor WK wielrennen 2021, kostprijs is 18,7 miljoen euro
In 2002 kroonde Cipollini zich tot wereldkampioen in Heusden-Zolder. Foto: EPA

Vlaanderen denkt 18,7 miljoen euro nodig te hebben om in 2021 het WK wielrennen naar onze regio te halen. De Vlaamse overheid betaalt daarvan 13 miljoen euro, de gaststeden 2,9 miljoen euro en privésponsors moeten 2,8 miljoen euro binnen brengen. Veel geld en toch denken de organisatoren een mooie winst te kunnen realiseren, want zij schatten de return op 30 miljoen euro. De tijdrit voor de mannen en de vrouwen wordt gereden tussen Knokke en Brugge, de wegrit tussen Antwerpen-Mechelen-Leuven. De ploegentrijdrit bestaat dan niet meer op het WK en wordt vervangen door een fietstoertocht waarop minstens 10.000 deelnemers worden verwacht.

De Vlaamse overheid moet op 20 juli haar kandidatuur voorstellen bij de Internationale Wielerunie (UCI). Vlaanderen denkt een mooie kans te maken, omdat er volgens Vlaams minister van Sport Philippe Muyters symbolisch geen betere locatie kan bestaan om de honderdste verjaardag van het WK te vieren.

Het WK 2021 omvat een week, te beginnen op zaterdag 18 september en eindigend op zondag 26 september 2021. Tot dusver werd een WK altijd op gang getrokken met een ploegentijdrit in het eerste weekend, maar de UCI heeft beslist die discipline af te voeren. Vlaanderen zal daarom op zaterdag openen met een fietstoertocht, waar de organisatoren Flanders Classics en Golazo aardig wat ervaring hebben. Die twee sportbedrijven hebben voor het WK 2021 de handen in mekaar geslagen en zijn de kern van het organisatiecomité.

De eerste renners komen aan bod zondag 19 september met een individuele tijdrit voor de mannen over een afstand van 42,9 km, de vrouwen bestrijden mekaar daags nadien op maandag 20 september in een zelfde discipline over een afstand van 32,2 km. Op dinsdag 21 september komen zowel bij de heren als bij dames de juniores aan bod in een tijdrit.

Lastig parcours

Vanaf donderdag 23 september verplaatsen de wedstrijden zich naar de provincies Antwerpen en Brabant met wegwedstrijden in de jeugdcategorieën en in het slotweekend van 25 en 26 september de wedstrijden voor de regenboogtrui bij de dames elite en de profs bij de mannen. Zeker is dat die koersen vertrekken in Antwerpen, langs Mechelen rijden, m nadien langs Londerzeel, Grimbergen en Zaventem naar Leuven te trekken. Eens in aankomststad Leuven gepasseerd, gaat het peloton voor lokale rondes nog verder richting Terhulpen en Waver. Aan die zuidkant van Brussel zullen ook de hellingen worden opgezocht. Vlaams minister van Sport Philippe Muyters had immers van bij de start van het project gezegd dat hij een lastige koers wil, zeker geen massasprint, met een Flandrien als winnaar. Het parcours voor de wegwedstrijden moet nog wel verder worden uitgetekend.

In die zeven dagen begroet Vlaanderen 1.000 renners, 5.000 genodigden en 7.00 journalisten. De wedstrijd zelf wordt door 50 televisiezenders uitgezonden en komt in 150 landen op de televisie. Naar schatting 200 miljoen kijkers zullen de wedstrijden op televisie volgen, en de organisatoren verwachten ook 750.000 tot 1 miljoen toeschouwers langs de weg. Met die publieke belangstelling langs het parcours zou het WK dan de belangstelling voor de Ronde van Vlaanderen evenaren.

Symbolisch

Muyters bevestigde vandaag dat Vlaanderen officieel kandidaat is. Dat heeft de Vlaamse Minister van Sport verklaard in het Sportimonium in Hofstade-Zemst, waar de kandidatuur van Vlaanderen werd toegelicht.

2021 is een symbolische datum, exact 100 jaar na het allereerste WK (toen nog voor amateurs). In september beslist de Internationale Wielerunie UCI waar het WK binnen drie jaar doorgaat. In 2002 werd het WK voor het laatst in België georganiseerd, in Zolder.