Een paar roffels van Jack DeJohnette en hopla, daar kwam John Scofield al aanzetten met 'Wait until tomorrow' van Jimi Hendrix. De sixties, jawel, daar zou de supergroep Hudson, net als op hun cd van vorig jaar, nog wel naar verwijzen.

Met een cover van Bob Dylans 'A hard rain's a-gonna fall', bijvoorbeeld, waarin de band de muziek wel heel erg ver liet uitdeinen, inclusief spacy keyboards van John Medeski.

Het was een moment waarop de aandacht in de festivaltent wat verslapte. Wel grappig hoe Medeski zijn Hammond B3 even liet klinken als een kerkorgel. 

De band speelde ook eigen stukken, zoals 'Hudson' (ook de naam van het openingsstuk van de cd), een langgerekte, obsederende brok muziek. En 'El swing', een typisch Scofield-nummer, maakte zijn naam meer dan waar.

Met een tweede Hendrix-cover bracht de band een verrassing, want 'Castles made of sand' staat niet eens op de plaat. Scofield liet even wat typisch hendrixiaanse klanken horen, maar bleef verder trouw aan zijn eigen, uiteengerafelde gitaarsound. Groot was de verbazing toen DeJohnette ook nog eens de tekst van Hendrix ging zingen. 

Zingen deed de drummer ook op 'Dirty ground', een nummer waarvoor zijn donkere stem veel meer geschikt leek. 
Na een wat wisselvallig en afmattend concert speelde de band toch nog een bisnummer, ook al was de tent dan al voor een groot deel leeggelopen. En met 'Woodstock' van Joni Mitchell zaten we terug waar we begonnen waren: in de sixties.