Van alle bands die begin jaren negentig het mooie weer maakten vanuit Seattle, leunde Alice In Chains het meest aan bij metal. Dat lag vooral aan de gitaar van Jerry Cantrell; de bijna hypnotisch zoemende samenzang van Cantrell en zanger Layne Staley.

Staley is dood, het is wat lullig om de nieuwe zanger William DuVall - de eeuwige ‘nieuwe’, hoewel,hij ondertussen langer bij de band is dan Staley ooit was - met zijn voorganger te blijven vergelijken. DuVall, een zuiderse jongen met een forse afro en biceps die uren in de gym verraden, kan fysiek niet meer verschillen van het blonde skelet Staley, maar hij klinkt griezelig precies als de overleden zanger. Als hij en Cantrell vroeg in de set ‘Them bones’ en ‘Dam that river’ zingen, schiet je gemoed vol. Het zijn twee songs uit het album Dirt uit 1993, en daar heeft Alice In Chains wel een probleem: ze hebben dat magistrale album nooit meer geëvenaard. Wat vreemd is, want alle singles waren van de hand van Cantrell. ‘No excuses’ van Jar of Flies uit 1994 was misschien een grotere hit, maar de helft van de set komt uit Dirt.En die klinkt nog steeds magisch. ‘The one you know’, uit de nieuwe plaat die eind augustus uitkomt, is een goeie song met zijn staccato aanval van Sean Kinneys drums en Cantrells gitaar, en die typische stemmen. Maar niet zo magisch als ‘Would’ en ‘Rooster’, van dié plaat, die afsloten.

De band klinkt uitstekend, DuVall is een beweeglijke frontman, maar Alice In Chains is tegenwoordig een veel doordeweeksere metalband dan vroeger. De echte troef van het concert is dat we even helemaal naar 1993 werden terug gekatapulteerd - door een band die waarschijnlijk ongelooflijk veel beter klinkt dan toen. Maar daar houdt de nostalgiefilter geen rekening mee.