‘Ik ben niet zo goed in schreeuwen, dus ik ga jullie rustig en beleefd toespreken - op zijn Brits. Is dat oké?’, vroeg Steven Wilson aan een aardig gevulde Barn. Hier was een ervaren artiest aan het woord, die een ervaren band had meegebracht. Heren op leeftijd, met lange grijze haren.

Meesters van hun instrument ook: we kregen klassieke gitaarsolo’s (van het type dat in de eighties bon ton was), een perfect op elkaar ingespeelde ritmesectie, bijtijds spooky synths, en ... nog méér klassiek en vooral lang uitgesponnen gitaargeweld. Wilson en zijn bandleden namen de tijd om songs op te bouwen en naar een climax toe te werken. Hoe minutieus ze dat deden: daaruit sprak een grote liefde voor het ambacht.

‘Permanating’ kondigde Wilson aan als ‘zijn enige vrolijke song’. Het was inderdaad een welkome verademing, dit uptempo nummer dat zo uit het oeuvre van Phil Collins had kunnen komen - en dat zeggen we met het grootste respect voor het oeuvre van Phil Collins.

Een bebrilde professor met teletijdmachine

Op zijn jongste plaat schuwt Wilson de verwijzingen naar jarentachtigpop niet; ergens duikt er zelfs een Abba- pianootje op. Toch was in dit concert vooral de seventiesvibe onmiskenbaar aanwezig. De synthbliepjes à la Yes, de progrock-gitaaruithalen, de lange songs die vaak langer dan zeven minuten duurden: Wilson was de bebrilde professor die van de Barn een teletijdmachine maakte, waarin je teruggevoerd werd naar een ander muzikaal tijdperk. Eentje waarin Koning Gitaar de plak nog zwaaide.

Wilson bekleedt een cultstatus en heeft een trouwe schare volgelingen, lazen we ergens. Af te leiden aan het warme onthaal dat hem hier vandaag te beurt viel, waren die trouwe fans hem gevolgd naar Werchter.