Gemeenschapsdienst terug naar af
Geraardsbergen wou vanaf januari mensen met een leefloon verplichten om een dag per week gemeenschapsdienst te doen Foto: tim dirven
Het Grondwettelijk Hof schrapt de gemeenschapsdienst als voorwaarde voor de erkenning het leefloon.

OCMW’s mogen sinds vorig jaar van leefloners eisen dat ze een tegenprestatie leveren, in de vorm van een gemeenschapsdienst: helpen in het dierenasiel of in de bibliotheek, assisteren bij voetbalwedstrijden, enzovoort.

Daarmee werd na veel discussie een prominent onderdeel van het regeerakkoord ingevuld. Vooral Open VLD hamert al langer op het belang van gemeenschapsdienst als voor waarde voor het toekennen van het leefloon. Gemeenschapsdienst is in die visie een opstapje naar een terugkeer op de arbeidsmarkt. Het systeem geldt ook alleen voor mensen met ‘geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie (GPMI).

Maar het Grondwettelijk Hof fluit de federale regering nu terug. Volgens het Hof mag de federale regering de gemeenschapsdienst niet voorstellen als vrijwilligerswerk, aangezien het werk gekoppeld is aan het toekennen van een leefloon, en gaat het meer om bezoldigde arbeid. In dat geval is de federale regering niet bevoegd, wel de gewesten.

Het Hof geeft daarom de Franstalige Liga voor de Rechten van de Mens en zeven andere vzw’s gelijk in hun klacht bij het Grondwettelijk Hof, en vernietigt de wetsartikelen over de gemeenschapsdienst.

Hoe dan ook was er weinig animo voor de gemeenschapsdienst. In 2017 verrichtten 113 van de 140.000 leefloners gemeenschapsdienst. Vele OCMW’s weigerden gebruik te maken van het systeem. Vooral bij de centrumsteden valt het gebrek aan enthousiasme op.