Begraafplaatsen WO1 moeten nog jaren wachten op erkenning Unesco
Foto: Jimmy Kets

De Frans-Belgische vraag tot erkenning als werelderfgoed van ‘begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten van de Eerste Wereldoorlog’ wordt pas in 2021 door het bevoegde comité van Unesco onderzocht. Bedoeling is om 139 kerkhoven, monumenten slagvelden te laten erkennen

Dat is zondag vernomen bij de vereniging Paysages et sites de mémoire de la Grande guerre. Het uitstel heeft niets te maken met een probleem met het dossier, zei secretaris-generaal Marie-Madeleine Damien van de organisatie. ‘Het is een kwestie van thematiek, omdat het thema van de herinnering nieuw is’. Damien verblijft momenteel in Manama, waar het Werelderfgoedcomité nog tot woensdag vergadert.

Het Frans-Belgische initiatief heeft onder andere betrekking op 139 militaire kerkhoven, necropolen en herdenkingsmonumenten als de Menenpoort in Ieper en sites van de slag van Verdun.

‘Neonazi’s’

Het Simon Wiesenthal Center, de organisatie die antisemitisme en racisme bestrijdt, liet zondag weten dat het de leden van het Werelderfgoedcomité had gemeld te vrezen dat de kerkhoven een bedevaartsoord kunnen worden voor neonazi’s. Op sommige kerkhoven van WO1 zijn ‘ook nazi-moordenaars begraven’, klinkt het. Het in de VS gevestigde centrum vreest tevens dat monumenten in de lijst worden opgenomen ‘die momenteel cult-plaatsen zijn voor neonazi’s’.

Nieuwe erkenningen

Het Werelderfgoedcomité van Unesco heeft dit weekeinde sites uit Spanje, Italië en Duitsland aan zijn lijst van werelderfgoed toegevoegd. Eerder deze week had het comité al sites uit Saoedi-Arabië, Kenia, Oman, Japan, India, Iran en Zuid-Korea tot wereldpatrimonium benoemd. Het comité vergadert nog tot 4 juli in Manama, de hoofdstad van Bahrein, waar het zich buigt over een dertigtal ‘nominaties’ voor opname in de gegeerde lijst.

Sinds zondag prijkt Spanje 47 keer op de World Heritage Lijst, met de opname van de middeleeuwse stad Medina Azahara. Italië is, met de opname van de 20e eeuwse industriestad Ivrea, aan 54 Unesco-sites toe. Duitsland kon zich verheugen met de opname van de culturele sites Hedeby en Danevirke, zoals de namen al doen vermoeden Viking-kolonies.