Proximus moet glasvezel openstellen
Foto: BELGA

De regulatoren willen meer concurrentie op de telecommarkt en stellen een reeks maatregelen voor. Van de openstelling van glasvezel tot lagere groothandelsprijzen.

Er is te weinig concurrentie op de markten voor telecom en omroep. Tot die vaststelling komt de Conferentie van telecommunicatie- en media­regulatoren CRC in haar langverwachte marktanalyse. Ze stelt een rist maatregelen voor om dat probleem te verhelpen. Dit zijn de voornaamste:

  • De consument moet in de toekomst ook een ‘internet-only’-product kunnen afnemen, los van andere diensten. Orange laat alvast weten dat het zoiets zal aanbieden. ‘Maar tot nog toe was daar geen regelgevend kader voor’, zegt woordvoerder Annelore Marynissen.
  • Het nagelnieuwe, supersnelle glasvezelnetwerk dat Proximus aanlegt – een project van 3 miljard euro – moet worden opengesteld voor andere dienstenleveranciers. Dominique ­Leroy, de ceo van Proximus, dreigde eerder al die investering stop te zetten als het daartoe zou worden verplicht.
  • De groothandelsprijzen die alternatieve aanbieders moeten betalen om de vaste netwerken van hun concurrenten te gebruiken, dalen tot wel 20 procent. Denk aan de vergoeding die Orange aan Telenet betaalt. Tot nu was die vergoeding gelinkt aan de marktprijzen van Telenet. De kosten stegen bij elke prijsverhoging die Telenet doorvoerde. In te toekomst zal het gaan om een eerder forfaitaire vergoeding op kostenbasis.

‘Dit is heel goed voor ons’, reageert Marynissen van Orange. ‘Dit was niet houdbaar op lange termijn. Wij verloren er tot nu toe geld aan.’ De maatregelen zullen het volgens Orange mogelijk maken om ‘een goed product aan te bieden tegen een correcte prijs.’ Telenet en Proximus willen de beslissing eerst analyseren alvorens te reageren.

De maatregelen gaan in op 1 augustus. De operatoren kunnen in beroep gaan, maar dat werkt niet opschortend. Minister van Telecom Alexander de Croo (Open VLD) is tevreden. ‘Dit moet de concurrentie op de breedband- en tv-markt een duw geven’, zegt hij. ‘En dat is hoognodig.’