Boerkaverbod in Nederland
Foto: Hollandse Hoogte / Co de Kruijf

Er komt ‘een boerkaverbod’ in de Nederlandse onderwijs- en zorginstellingen, in overheidsgebouwen en op het openbaar vervoer.

De Eerste Kamer stemde dinsdag in met een gedeeltelijk verbod ‘op het dragen van gezichtsbedekkende kleding’. Daaronder vallen theoretisch dus ook bivakmutsen en integraalhelmen. GroenLinks, SP, D66 en PvdA stemden tegen de motie. De steun voor het voorstel was minder groot dan eind 2016 in de Tweede Kamer. Toen stemden alleen D66, GroenLinks en de huidige Denk-Kamerleden Öztürk en ­Kuzu tegen.

De motie heeft alleen betrekking op werknemers in een publieke functie – individuele bedrijven mogen zelf hun huis­regels bepalen. In de motie is opgenomen dat de Tweede Kamer de wet na drie jaar moet evalueren. Daarbij moet ook worden gekeken hoe de wetgeving in het buitenland wordt uitgevoerd.

‘Rechtvaardige balans’

De SP en de PvdA hebben weliswaar problemen met de boerka, maar vinden een wettelijk verbod niet noodzakelijk. De PvdA vindt het bovendien in strijd met de vrijheid van godsdienst.

Het voorstel werd al ingediend door het kabinet-Rutte II. Minister van Binnenlandse Zaken Kajsa Ollongren (D66) vindt dat met het voorstel ‘een rechtvaardige balans’ is gevonden tussen de vrijheid om je te kleden en ‘het algemeen belang van communicatie en veiligheid’.

Frankrijk, België en Denemarken kennen al een verbod op gezichtsbedekkende kleding. Geen van de landen besliste tot een specifiek verbod op boerka’s (gaasje voor ogen) en nikabs (ogen zichtbaar) omdat dit mogelijk in strijd zou zijn met de wet op de godsdienstvrijheid.