Borstvoeding in stijgende lijn
Foto: katrijn van giel

Het aantal baby’s dat kort na de geboorte borstvoeding krijgt, zit al voor het derde jaar in stijgende lijn. Bijna acht op de tien prille baby’s krijgen moedermelk, zo meldt Kind en Gezin.

In Vlaams-Brabant wordt meest gestart met borstvoeding: 82,3 procent van de kersverse baby’s krijgt er uitsluitend moedermelk. Er blijven vrij grote verschillen op provinciaal niveau bestaan. In West-Vlaanderen starten drie op de tien baby’s meteen met kunstmelk. In de andere provincies is dat hooguit een op vijf.

Het hoge startcijfer zakt echter overal vrij fors terug na zes dagen. Dan krijgt nog 68,7 procent van de baby’s in Vlaams-Brabant borstvoeding, en maar 58,9 procent van de baby’s in West-Vlaanderen. Het blijft gissen naar de verklaring voor de West-Vlaamse achterstand. West-Vlaamse moeders zouden een hogere werkzaamheidsgraad vertonen en zouden ook vaker in een zelfstandig job actief zijn, waardoor ze sneller terug aan het werk gaan.

Dat blijkt ook uit de cijfers voor het gebruik van formele kinderopvang: dat ligt het hoogst in West-Vlaanderen (60,9 procent) en het laagst in van de Antwerpen (48,3 procent).

Kansarmoede

Het lagere borstvoedingscijfer kan ook verband houden met het feit dat er in West-Vlaanderen nog relatief weinig moeders met een buitenlandse herkomst zijn. Want die geven veel vaker borstvoeding, ongeacht of ze kansarm zijn of niet. Ze halen op dag zes scores boven de 75 procent, en nog altijd 72,7 procent bij kansarmoede. In West-Vlaanderen heeft maar 17,9 procent van de borelingen een moeder van buitenlandse herkomst. Vlaams-Brabant (30 procent) en vooral de provincie Antwerpen (38 procent) steken daar ver bovenuit. Het gemiddelde voor Vlaanderen bedraagt 28,1 procent.

Moeders van buitenlandse komaf wegen dus wel degelijk op het gemiddelde cijfer voor borstvoeding. Ze trekken het Vlaamse gemiddelde omhoog.

Kinderen van moeders met een Belgische nationaliteit die in kansarmoede leven, krijgen veel vaker kunstvoeding: nog geen vier op de tien krijgen op dag zes nog moedermelk. Kinderen van hoogopgeleide moeders krijgen vaker dan gemiddeld de borst. Kinderen van moeders tussen 30 en 35 jaar ook. Kinderen van tienermoeders krijgen dan weer minst vaak de borst.

Borstfiguranten

Kind en Gezin heeft het afgelopen jaar met ‘Borstfiguranten’ een opvallende campagne gevoerd, om duidelijk te maken dat borstvoeden iets natuurlijks is, dat niet uit het straatbeeld of het openbare leven moet worden weggecensureerd. Jonge moeders werden aangemoedigd om zich niet in een afgezonderd hoekje terug te trekken bij het voeden van hun baby en lactatiedeskundigen van Kind en Gezin ondersteunden hen daarbij.

Studio Brussel en Q-Music besteedden aandacht aan de campagne. In De Zonen van Asch, een reeks op VTM, was in februari een ‘borstfiguranten’ te zien. Er zijn ook opnames met voedende vrouwen gedaan voor de VTM-reeksen ‘Familie’ en ‘De Buurtpolitie’. Die afleveringen zijn nog niet uitgezonden.

Nog een leuk weetje: kinderen onder de drie jaar leven nu vaker bij een ongehuwd paar (37 procent). Slechts 49,9 procent woont nog bij een gehuwd paar en 48,5 procent woont bij een gehuwd paar dat gevormd wordt door beide ouders. Bij kinderen en jongeren tot 18 jaar gaat het resp. om 65 en 53,9 procent. 14 procent woont bij een alleenstaande ouder: een cijfer dat toeneemt naarmate de leeftijd van de kinderen stijgt.