Nieuwe ‘foltercheck’ voor uitgewezen transmigranten
Ontruiming tentenkamp Maximiliaanpark Foto: Bart Dewaele

De Belgische asieldiensten hebben een nieuwe procedure gelanceerd om zeker te zijn dat de mensenrechten van sans-papiers bij hun gedwongen terugkeer worden gerespecteerd. Dat schrijft De Tijd.

De omstreden identificatiemissie voor Soedanese migranten en het daaropvolgende ‘Soedan-rapport’ heeft een nieuwe praktijk in het leven geroepen. Een extra ‘foltercheck’.

De reden? Het Soedan-rapport kwam er na berichten van het Tahrir-instituut over foltering van Soedanese transmigranten die door België teruggezonden werden. Die terugzendingen vonden plaats nadat een identificatiemissie van de Soedanese overheid hier de migranten had geïdentificeerd. Het Soedan-rapport oordeelde dat de overheid een extra toetsing aan artikel 3 van het EVRM (het verbod op foltering in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, red.) moest verrichten. Dat geldt ook voor wie geen asiel aanvraagt, wat het geval is bij veel Soedanese transmigranten.

Commissariaat mee in bad

Daarvoor is nu een procedure ontwikkeld. Bij twijfel over een mishandeling, zelfs als een migrant weigert asiel aan te vragen, speelt de Dienst Vreemdelingenzaken, die het verblijf in ons land regelt en controleert, de zaak door naar het Vluchtelingencommissariaat (CGVS). Het CGVS oordeelt of mensen recht hebben op erkenning tot vluchteling.

Het CGVS kwam tot nu niet tussen in de procedure om mensen zonder papieren uit landen met een discutabele reputatie terug te sturen. Zodra de migrant bij zijn eerste verhoor aangeeft dat hij vreest voor vervolging, wordt dat voortaan als een ‘impliciete’ asielaanvraag beschouwd.

Het Commissariaat zal ook voor de ‘asielweigeraars’ nagaan of er al dan niet een gevaar voor mensenrechtenschendingen bestaat. Als het oordeelt dat er geen risico op foltering is, wordt dat besluit opgenomen in de documenten die de juridische onderbouw vormen van de beslissing tot uitzetting.