Body Count. De familie mee op het podium
Foto: Koen Bauters
B.C. Motherfuckers! Body Count pakt de Boerentang onmiddellijk bij de horens. Ice T en zijn bende openen met 'Raining Blood' en 'Postmortem' van Slayer.

Veel sneller gitaarwerk is moeilijk te vinden. Maar gitarist Ernie C is van geen kleintje vervaard. Hij ziet er dan wel uit alsof hij stilaan rijp is voor het rusthuis, maar met een gitaar in handen is de man niet bij te houden. Ice T is geen Tom Araya, maar hij kijkt zo vervaarlijk dat niemand daar een opmerking over zal maken. 

Slayer, Black Sabbath en Suicidal Tendencies zijn voor Ice-T de kiemen waaruit Body Count ontstaan is. Dat zegt hij althans op de plaat Bloodlust, die vorig jaar uitkwam. Nummers als  'Here I go again' zijn duidelijk een ode aan Slayer met verwijzingen naar 'Dead Skin Mask' (over een seriemoordenaar die zijn slachtoffers vilde en dan met hún gezicht rondliep) of 'South of Heaven'. 

Om alle graspoppers toch duidelijk te maken dat ze wel degelijk voor het juiste podium staan volgen meteen daarna 'Bowels of the devil' en 'Body Count'. In de achtergrond stampt zoon Lil Ice mee in het rond, om pa's refreinen mee te loeien. Zoals: ' She took the needle, stuck it in its eye! Aaaah! My eye, bitch!' 'Voodoo', indeed. 

Bij momenten werd het net iets te gezellig. Dat de vrienden van Powerflo mee 'Cop Killer' komen zingen, tot daar aan toe, maar of Ice T's jongste (peuter)dochter nu mee het podium op moest?

Mochten we met halve sterren werken, kregen ze er drieënhalf. Nu houden we het op drie. (En een extra halve voor Ernie C.)