Iron Maiden. Meer kostuumwissels dan Beyoncé
Foto: Koen Bauters
Wat hebben Pokémon, Angry Birds en Iron Maiden gemeen? Ze hebben alledrie een populaire smartphonegame uit. Maar slechts één van hen is Graspopheadliner - tenzij we hier morgen nog een Pikachu tegen het lijf lopen.

We hebben die Legacy of the Beast-game even uitgeprobeerd terwijl we stonden te wachten - oké, eerlijk: het was al tijdens de bisnummers van een eerder vervelend Avenged Sevenfold - en het blijkt een best prettige role playing game waarin je verschillende incarnaties van Maiden-mascotte Eddie voor je kan laten vechten. Zeg nu nog eens dat een dinosaurusband als Iron Maiden - gemiddelde leeftijd 60 jaar - niet aan de kids denkt.

Maar omdat liveshows nog altijd meer T-shirts verkopen dan games - véél meer, aan het publiek te merken - koppelden de Britse heavymetallegendes er een tournee aan vast. En bij gebrek aan nieuw materiaal sinds Book of Souls (2016) mochten wat oudere parels van stal. 'Aces high' bleek het startschot voor een militair luik met onder andere 'The clansman', 'Sign of the cross' was de steunpilaar van een religieus segment, en zanger Bruce Dickinson blies tijdens een reeks apocalyptischer nummers het stof van 'Flight of Icarus' met een vlammenwerper. Even 'full Rammstein' gaan, heet dat.

Maidens ijzersterk carnaval

In die oorlogs-, godsdienst- en vernielingstrilogie wist Maiden ook een commentaar op de wereld vandaag te leveren met materiaal uit de jaren 80 - zo blijft een Maiden-show ook altijd een beetje zoals een roman lezen. Maar omdat het oog ook wel wat wil, werd er geïnvesteerd in een knoert van een show. Er zeilde een replica-Spitfire over het podium - wat zonde voor de magie dat de nacht nog niet gevallen was. Gedetailleerde backdrops vertelden hun verhaal beter dan de gemiddelde bindtekst, en Dickinson waagde zich aan meer kostuumwissels dan Beyoncé. We spotten hem als piloot, Everest-beklimmer, monnik en Venetiaanse edelman.

We zouden haast van carnaval spreken, mochten de songs niet zo ijzersterk zijn. Als wij op onze 59e nog de longinhoud hebben die Dickinson na anderhalf uur show toonde in 'Number of the beast', of de vingervlugheid van Janick Gers of Dave Murray tijdens 'Sign of the cross', dan kunnen we gelukkig sterven.

'Your time will come', klonk het in 'The wicker man'. Zou het een knipoog zijn naar jonge bands als Parkway Drive, die na Maiden mochten afsluiten en nu al gretig naar hun status van Graspop-huisdier lonken? Hoe dan ook: die tijd komt misschien. Maar nu is het rijk nog even aan Maiden.