Parijs trekt stekker uit elektrische deelauto’s
Foto: Getty Images
Parijs was met Velib en Autolib een trendsetter om het stadsverkeer groener en gezonder te maken. Maar het liep mis.

Met wat verbeelding kon je in de grijze deelautootjes van Autolib kleine gestileerde olifantjes zien, die met hun ‘slurf’ hun batterij stonden op te laten. Maar binnenkort verdwijnen ze uit het Parijse stadsbeeld. Het project werd een financieel fiasco.

Autolib werd in 2011 gelanceerd door de toenmalige socialistische burgemeester van Parijs, Bertrand Delanoë. Behalve de stad Parijs namen er nog zo’n honderd gemeenten uit de Parijse agglomeratie aan deel. Voorwaarde was wel dat de deelauto’s, na de initiële investering, de stad en de andere gemeenten niets meer mochten kosten. Daarom werden de ontwikkeling en exploitatie van het netwerk tot 2023 toevertrouwd aan een privépartner, de industriële groep van de miljardair Vincent Bolloré.

Grove misrekening

Op het grondgebied van Groot-Parijs kwamen 1.100 laadsta­tions – die elk naar verluidt 60.000 euro kostten. In de stad werden meer dan 3.000 parkeerplaatsen gereserveerd voor de vloot, die nu ongeveer 4.000 auto’s omvat.

Autolib telt volgens de krant Le Monde intussen zo’n 100.000 regelmatige gebruikers. Bolloré had zich bij de aanvang van het project sterk gemaakt dat het deel­systeem rendabel zou worden vanaf 50.000 abonnees. Dat bleek een grove misrekening.

Voor de mislukking van Autolib worden veel redenen aangehaald. Volgens sommige experts klopte het businessmodel niet omdat de autootjes niet teruggebracht moeten worden naar de parkeerplaats van vertrek. Dat betekent dat er op alle parkeerplekken voor de auto’s laadstations moesten staan, wat de infrastructuurkosten fors opdreef. Tijdens het opladen van de batterijen is de auto ook enkele uren buiten gebruik, wat woog op het rendement.

Groene concurrenten

Autolib bleek ook nauwelijks te doen waarvoor het bedoeld was, namelijk gewone auto’s op fossiele brandstof uit de stad verdringen. De deelauto’s werden vooral gebruikt door mensen die zelf geen auto hebben. Zo waren ze een concurrent voor het openbaar vervoer, niet voor privéwagens.

Bovendien doken er inmiddels andere groene transportmiddelen op in de Parijse straten, zoals deelscooters, elektrische fietsen, en onlangs zelfs elektrische steps. Dat zijn evenveel concurrenten voor de deelauto’s.

Bolloré verloor daardoor handenvol geld aan het project, en verwachtte daar geen verandering in. Het bedrijf voorspelde een deficit van 46 miljoen euro per jaar tot 2023, wanneer de licentie afloopt. Parijs en de andere gemeenten weigerden op te draaien voor die verliezen, zoals Bolloré wilde. Daarom beslisten ze donderdag het contract op te zeggen. De komende maand verdwijnen de autootjes geleidelijk uit de Parijse straten.

Fietsen

Het stopzetten van Autolib komt bovenop het debacle van ­Velib, de deelfietsen waarmee Parijs een voorbeeld zette voor veel andere steden. Velib, dat in 2007 gelanceerd werd, was jarenlang een gigantisch succes. Maar vorig jaar, nadat het contract met de aanvankelijke exploitant JC Decaux was afgelopen, ging Parijs in zee met een ander, veel kleiner bedrijf, Smovengo. Dat had wel ervaring met deelfietsen in kleinere steden, maar het bleek de 1.200 fietsstations in Parijs niet te kunnen verhapstukken. Andere deelfietsbedrijven, die zonder vaste stations werken, zoals de Chinese bedrijven Ofo en Mobike, doken onmiddellijk in het gat.

De laadstations en parkeerplaatsen van Autolib zullen behouden blijven, beloofde burgemeester Anne Hidalgo, die van de vergroening van het Parijse verkeer een prioriteit heeft gemaakt. Ze worden ter beschikking gesteld van elektrische privéwagens. Inmiddels wordt al gepraat met andere geïnteresseerden, zoals Renault en PSA, om opnieuw deel­auto’s te laten rijden in Parijs.