Zeal & Ardor: je hóórt de slavenkettingen rammelen #BlackMetalMatters
Foto: Koen Bauters
Weinig bands stonden toepasselijker geprogrammeerd dan het Amerikaans-Zwitserse Zeal & Ardor: als je dan toch metal met gospel-invloeden speelt, kan je dat evengoed in de van gotische kerkbogen voorziene Metal Dome doen.

Opgeteld bij de setting had hun podiumopstelling al gauw iets sektarisch. Twee backingzangers flankeerden frontman Manuel Gagneux, met kappen over hun kruin en de ogen op de grond gericht. Zij speelden het kerkkoor: ze verzorgden de 'ooh ooh' en repetitieve mantra's waartussen Gagneux zijn rauwe stem liet klieven. Bij momenten klonk dat haast als Rag-n-Bone Man, tot de gitaristen het op een rammen zetten: Zeal & Ardor heeft wél tanden.

Voor Gagneux begon het bijna als een grap: hij wou 'black metal' en 'black music' met elkaar vermengen. Op de albums Devil is fine en Stranger Fruit toonde hij dat het ook werkte. De woede die sluimert in zijn op slavenliederen geïnspireerde spirituals - in 'Devil is fine' hóór je de kettingen - moet niet langer opgekropt worden, maar kan ongebreideld uitbarsten. 'Ain't no shelter for us', blafte hij aan het eind van de set die slavensongs meteen de #BlackLivesMatter-beweging in.

Bij zijn eerste passage op Graspop liet Zeal & Ardor al meteen de Dome volstromen. 'We're gonna shut up and play some music', had Gagneux de nieuwsgierigen verwelkomd. Met zo'n set zou je gek zijn om dat niet te doen.