'Laurent wilde zich niet op hetzelfde niveau zetten als de Joden in WO II'
Foto: Dick Demey

Prins Laurent zal Kamerlid Peter Buysrogge (N-VA) dan toch niet aanklagen voor laster, nadat die hem ervan had beschuldigd een ‘vals activi­teitenverslag’ te hebben ingediend. In een brief legt Laurents advocaat, Laurent Arnauts, ook uit waarom de prins zijn situatie vergeleek met die van de Joden in WOII.

Ondanks het feit dat Peter Buysrogge zich niet excuseerde voor zijn beschuldigingen aan het adres van prins Laurent, zoals de prins eiste, zal Laurent toch geen klacht indienen. Het Kamerlid had Laurent in De Standaard beschuldigd van gesjoemel omdat die zijn bezoek aan de Chinese ambassade niet vermeld had in zijn activiteitenverslag.

‘De prins heeft het Kamerlid aangeschreven’, legt Laurents advocaat Laurent Arnauts in een mededeling uit. ‘Buysrogge heeft deze brief niet beantwoord, maar is teruggekrabbeld in een publieke mededeling, waarin hij het nu slechts heeft over een "onvolledig" jaarverslag. Hij weigert zich ook te verontschuldigen.’

‘De brief van Laurent heeft kunnen aantonen dat de strafrechtelijke beschuldigingen ongegrond zijn en dat diegene die ze heeft geuit zijn verantwoordelijkheid niet durft op te nemen’, schrijft Arnauts nog. ‘Hij heeft dus beslist geen gerechtelijke actie op te starten, maar hij zal dit onmiddellijk en zonder verdere waarschuwing doen als Buysrogge of wie dan ook over hem lasterlijke of eerrovende verklaringen zou afleggen.’

‘Woorden van laster hebben in de geschiedenis al gedood’

Arnauts probeert ook de uitspraken van de prins te duiden, nadat die tegenover de redactie van Het Nieuwsblad verklaarde dat de aanvallen tegen hem deden denken ‘aan de Joden die werden doodgeschoten, gewoon omdat ze Jood waren’. ‘Iedereen ziet nu de naam van de prins geassocieerd met die walgelijke betichting. Dit stelt hem bloot aan de publieke verachting, en zelfs aan sommige gevaren, terwijl dat voor zijn familie al helemaal ondraaglijk is.’

‘Het is in die context dat de prins in herinnering heeft gebracht, zonder zichzelf natuurlijk op hetzelfde niveau te willen tillen, dat de woorden van laster, van eerroof en van propaganda uiteindelijk hebben gedood, in de somberste perioden van onze geschiedenis’, besluit Arnauts.