Elke twee seconden komt  er een vluchteling bij
Foto: Photo News
Wereldwijd zijn 68,5 miljoen mensen op de vlucht. Nooit eerder lag dat aantal zo hoog. Opvallend: meer dan de helft van hen zijn kinderen.

Nooit waren wereldwijd meer mensen op de vlucht voor oorlog, geweld en vervolging dan in 2017. Met 68,5 miljoen bereikte hun aantal een nieuw hoogtepunt, nadat het al voor het vijfde jaar op rij was toegenomen. De crisis in Congo, de oorlog in Zuid-Soedan en de vlucht van honderdduizenden Rohingya uit Myanmar speelden daarbij een centrale rol.

Vorig jaar sloegen gemiddeld 44.500 mensen per dag op de vlucht, blijkt uit het nieuwste rapport van UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Elke twee seconden kwam er dus een vluchteling bij. Opvallend: maar liefst 53 procent van hen zijn kinderen. Vaak zijn ze helemaal alleen onderweg, zonder hun ouders. 

Hun aandeel schommelt al enkele jaren rond de helft, maar UNHCR ziet een trend: vluchtelingen worden jonger. ‘Naar alle waarschijnlijkheid is dat te wijten aan de duur van conflicten’, zegt Vanessa Saenen van UNHCR. ‘Denk aan de oorlog in Syrië, die duurt al jaren. Vaak hebben de kinderen er al die tijd geen toegang gehad tot onderwijs. Hoe langer die situatie aanhoudt, hoe meer ouders elders op zoek gaan naar een toekomst voor hen.’

Zelden naar Europa
Dat ‘elders’ is slechts in een kleine minderheid van de gevallen een Europees land. UNHCR wijst in het rapport op het ‘soms haaks op elkaar staan’ van de ‘gepercipieerde en werkelijke realiteit van gedwongen vlucht. ‘Zo wordt gedacht dat mensen op de vlucht worden opgevangen in het Westen. Onze data tonen dat het tegenovergestelde waar is.’ Twee derde van de mensen op de vlucht, zo’n 40 miljoen mensen, blijft binnen de eigen landsgrenzen. Van wie wel de grens oversteekt, verblijft 80 procent in een van de onmiddellijke buurlanden.

Volgens UNHCR zijn dat bijna altijd ‘landen die met extreme armoede te maken hebben’ en bovendien ‘weinig hulp krijgen bij de opvang’. Dat moet veranderen, zegt Saenen. Haar organisatie wijst erop dat het aantal landen dat écht grote hoeveelheden vluchtelingen opvangt, ‘verhoudingsgewijs klein’ is. Turkije spant de kroon met 3,5 miljoen vluchtelingen, voornamelijk uit Syrië. Libanon vangt de meeste vluchtelingen op in verhouding tot de omvang van de eigen bevolking.

‘Die landen hebben meer steun nodig’, zegt Saenen. ‘Want de vluchtelingen zullen niet meteen weer vertrekken. Er is nood aan oplossingen op de langere termijn, niet aan ad-hocmaatregelen. Asiel geven is een kwestie van leven of dood. Het mag niet dienstdoen als politieke pasmunt.’

Een van de meer structurele maatregelen, de gecontroleerde hervestiging van vluchtelingen, heeft vorig jaar een fikse knauw gekregen. Door een afname van het aantal aangeboden plaatsen daalde het aantal vluchtelingen dat hervestigd werd met 40 procent, naar honderdduizend mensen.