Sprookjesontmoeting tussen Boudewijn en Fabiola is verzonnen
Foto: GvA

Er is niks aan van de Ierse non die op suggestie van de jonge, vrijgezelle Boudewijn naar Spanje werd gestuurd om een nog onbekende vrouw te zoeken. De twee hadden elkaar al diverse keren ontmoet.

Aan de vooravond van de 25ste sterfdag van Boudewijn schreven Mark Van den Wijngaert, emeritus hoogleraar hedendaagse geschiedenis aan de KUBrussel, en zijn collega-historicus Emmanuel Gerard (KU Leuven) het boek ‘Koning met een missie’. De auteurs werpen daarin een nieuw licht op hoe Boudewijn en Fabiola elkaar leerden kennen. Tot nog toe werd geloofd dat de Ierse non Veronica O’Brien in 1960 naar Spanje was getrokken om een geschikte vrouw te zoeken voor de jonge, vrijgezelle koning.

Ze liet haar oog vallen op Fabiola de Mora y Aragón. Volgens die versie kwamen Boudewijn en Fabiola datzelfde jaar in het bedevaartsoord Lourdes tot de slotsom dat zij voor elkaar geschapen waren. Zo beschreef kardinaal Suenens het in zijn boek dat twee jaar na dood van Boudewijn verscheen, en het werd sindsdien voor waar aangenomen.

Visioenen

Maar volgens de historici hadden Boudewijn en Fabiola elkaar dan al verschillende keren ontmoet. Een eerste keer in 1957 op een feestje in het Zwitserse Lausanne, maar ook een jaar later op de Wereldtentoonstelling in Brussel.

Waarom loog kardinaal Suenens dan over de ware geschiedenis van de verloving? ‘Daarvoor moet je het plan van Suenens kennen: hij wilde aantonen dat Boudewijn een buitengewoon mens was. Daarbij hoorde zo’n sprookje – zeg maar mirakel – waarbij O’Brien met innerlijke stemmen en een nachtelijk visioen de uiterst katholieke Fabiola vond.’