Zo miste De Lijn de digitale tram
Foto: Sebastian Steveniers

Wie in Vlaanderen op bus of tram staat te wachten, weet soms een halfuur na het voorziene vertrekuur nog niet waar hij aan toe is. Hoe is dat mogelijk?

In onze buurlanden zijn reizigers op de hoogte van de vertraging of afschaffing van een bus of tram ruim voor die er had moeten zijn. Hun smartphone brengt hen op de hoogte, of anders de schermen aan de haltes. Wie in Vlaanderen op bus of tram staat te wachten, weet soms een halfuur na het voorziene vertrekuur nog niet waar hij aan toe is.

De basis van het digitale drama werd gelegd in 2011. Toen werd de ontwikkeling van ‘Retibo’ toegekend aan de Zaventemse ICT-groep Prodata. Het project omvatte de ontwikkeling van een registratie- en ticketingsysteem en een boordcomputer (retibo). Dankzij die laatste zouden chauffeurs verkeerslichten kunnen beïnvloeden en zouden de reizigers accurate info kunnen krijgen. Het moest De Lijn in één klap het digitale tijdperk binnenloodsen.

Retibo moest klaar zijn in 2015, maar tot vandaag is alleen het ticketingsysteem (deels) gerealiseerd.

‘Het was een verkeerde keuze om met Prodata in zee te gaan,’ zegt Marc Descheemaeker, nu voorzitter van de raad van bestuur bij De Lijn. ‘Ik stond in die tijd, rond 2008, aan het hoofd van de NMBS. Ook bij mij werd uit politieke hoek gelobbyd om voor Prodata te kiezen. Wij kwamen samen met de MIVB tot de conclusie dat die leverancier niet zou kunnen leveren wat wij vroegen. De Lijn is wel ingegaan op de druk, met jaren vertraging en miljoenen euro’s verlies tot gevolg.’

Intussen ontwikkelde De Lijn eigenhandig een systeem om de reisinfo te verbeteren.