Jessie J: Het moet niet altijd Beyoncé zijn
Foto: Koen Bauters

Jessie J kwam op in een zilverkleurig glitterpak dat zó uit de kast van Céline Dion had kunnen komen. Of uit die van Christina Aguilera. Of Mariah Carey. Met diva’s van dat kaliber meet Jessie J zich namelijk graag, en terecht.

Vocaal moet ze niet onderdoen voor haar collega’s; de joviale Britse maakte indruk met het brede register dat ze beheerste. Van zwoele R&B switchte ze naar gladde funk die naar ons gevoel evengoed uit 1996 had kunnen komen (uit de koker van pakweg The Brand New Heavies). Jessie J had een degelijke soulband meegebracht, en twee backingzangeressen die haar songs met frisse yeah-yeah-punch infuseerden.

Intussen klauterde Jessie toonladders op en sloeg ze regelmatig een praatje met het publiek. Vooral haar female empowerment-boodschap raakte een gevoelige snaar: ‘I love my body / I love my skin / I am a goddess / We are queens’. Het moet niet altijd Beyoncé zijn die dat roept.

Hoe goed Jessie J ze ook zong, de r&b-getinte songs uit haar nieuwe plaat ‘R.O.S.E.’ konden niet beklijven. De vlam sloeg pas écht in de pan toen Jessie De R&B-queen baan ruimde voor Jessie De Popprinses en ze aan de hits uit haar beginperiode begon: ‘Bang bang’, ‘Domino’ en natuurlijk ‘Price tag’. Theatraal en sassy: zo zien we Jessie het liefst.