Raad van State verhindert Limburgse pop-upslachthuizen voor Offerfeest
Foto: BELGA

De Raad van State vernietigt de beslissing van het Federaal Voedselagentschap dat twee pop-upslachthuizen erkende in Genk en Beringen. Een slachthuis moet volgens de Raad van State een ‘duurzaam’ karakter hebben.

Het FAVV erkende twee tijdelijke slachthuizen voor schapen en geiten in een multifunctionele loods in Genk en in een bedrijfshal in Beringen. De Raad van State is nu van oordeel dat een slachthuis, om als dusdanig te worden erkend, een duurzaam karakter moet hebben. ‘De wetgever beoogde immers, bij het vastleggen van de regels inzake slachthuizen, de bescherming van dieren bij het slachten. Het duurzame karakter van de inrichting garandeert dat de infrastructuur aanwezig is om het slachten in toegelaten omstandigheden te laten verlopen en om een adequate en permanente opvolging en controle mogelijk te maken.’

In het arrest wordt verwezen naar een recente uitspraak van het Europees Hof van Justitie van 29 mei 2018. Het Europees Hof bevestigde dat onverdoofde rituele slachtingen enkel kunnen mits ze plaatsvinden in een erkende inrichting én mits deze voldoet aan technische eisen op gebied van bouw, indeling en uitrusting.

‘Elke twijfel weggenomen’

Het arrest kwam er op verzoek van dierenrechtenorganisatie Gaia. ‘Het arrest van de Raad van State neemt elke twijfel weg’, zegt Michel Vandenbosch. ‘Bij gebrek aan een duurzaam karakter voldoen de pop-upslachthuizen in Genk en Beringen, veredelde loodsen waar hooguit twee dagen tijdens het Offerfeest schapen onverdoofd geslacht worden, niet aan de wettelijke voorwaarden om erkend te worden als slachthuis.’

Gaia herinnert eraan dat vanaf volgend jaar ook in slachthuizen in Vlaanderen niet meer onverdoofd geslacht mag worden. ‘Vanaf 1 januari 2019 moeten ook voor rituele slachtingen schapen wettelijk verplicht voorafgaand aan de halssnede verdoofd worden via omkeerbare elektronarcose en runderen onmiddellijk na de halssnede, zolang de bedwelmingsmethode voor die dieren niet op punt staat.’