Genkse schepen veroordeeld voor passieve corruptie
Schepen Ali Caglar Foto: Tom Palmaers

De Genkse schepen Ali Caglar (CD&V) is veroordeeld tot 18 maanden met uitstel en een boete van 6.000 euro. De procureur beschuldigde hem ervan hand-en-spandiensten te verrichten in ruil voor sponsoring.

Een straf met uitstel, een boete, en tien jaar uit zijn rechten ontzet. De straf voor de Genkse schepen Ali Caglar is zwaar. De weg naar zijn veroordeling startte in 2012, toen de politie een telefoontap uitvoerde bij Fabrizio Muto, de voormalige president van de Hells Angels van Genk. In een drugsonderzoek luisterden speurders telefoongesprekken van Muto af.

De naam van schepen Caglar dook geregeld op tijdens de afgeluisterde gesprekken. Zo hoorden agenten hoe Muto – inmiddels door de Hells Angels op ‘oneervolle wijze’ ontslagen – voorstelde om naar aanleiding van de verkiezingen bedrukte T-shirts, flyers en stickers te regelen.

Banen als wederdienst

Muto vond steun bij Hendrik Pals van bouwbedrijf Deta-Link en dochterbedrijf Necess-Infra in Geleen. Pals stelt heel wat arbeiders van Turkse origine uit het Genkse tewerk. Hij betaalde het drukwerk voor een bedrag van twee keer 2.500 euro. Caglar liet na die factuur aan te geven als een uitgavenpost voor de verkiezingen van 2012.

Volgens de federale procureur beloofde de schepen banen als wederdienst. Caglar heeft dat via zijn advocaat tijdens het proces steeds ontkend.

Ook Muto en Pals werden veroordeeld tot respectievelijk achttien maanden met uitstel en een boete van 6.000 euro.