Militaire Veiligheidsdienst draait vierkant
Luitenant-generaal Claude Van de Voorde moest het Adiv opnieuw op de sporen krijgen. Foto: Photo News

Ondanks een wissel van de macht, werkt de Militaire Veiligheidsdienst (Adiv) niet goed, schrijft het comité I. In tijden van terreur is dat meer dan verontrustend.

Geen visie, geen planning, een gebrekkige organisatie, personeelsgebrek, een mank lopende samenwerking zowel intern als met andere inlichtingendiensten, en tenslotte ook nog een verouderde infrastructuur.

Het comité I, dat de inlichtingendiensten controleert, is in een nieuwe audit van 59 bladzijden dik bijzonder kritisch voor de werking van het Adiv, de militaire tegenhanger van de beter bekende Staatsveiligheid. Net als bij die laatste, werken bij Adiv zeshonderd mensen. Adiv staat onder andere in voor de veiligheid van onze militairen bij buitenlandse missies, maar speelt ook een belangrijke rol bij de bestrijding van het terrorisme. Al was het maar door de geprivilegieerde contacten die ze onderhoudt met buitenlandse militaire inlichtingendiensten die actief zijn in onder andere Syrië en Irak. Het comité I nam de werking van Adiv een jaar lang – tussen januari 2017 en februari 2018 – onder de loep. Het vertrouwelijke rapport werd recent overgemaakt aan het parlement. De Standaard kon het inkijken.

Interne kritiek

De aanleiding voor de audit was een zeer kritische brief die enkele leden van de afdeling Contraspionage (CI) van Adiv eind 2016 schreven aan bevoegd minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA). De briefschrijvers hadden het over interne concurrentiedrang, foutieve doorstroming van informatie en verwarrende communicatie met binnen- en buitenland. Het uitlekken van de brief in De Standaard, in juni vorig jaar, leidde al tot het ontslag van luitenant-generaal Eddy ­Testelmans als baas van de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid (Adiv). Hij werd opgevolgd door luitenant-generaal Claude Van de Voorde.

Diep wantrouwen

Het comité I heeft tijdens de doorlichting weinig elementen gevonden die de klachten ontkrachten. Volgens het rapport heerst er bij het Adiv een ‘diepgeworteld wederzijds wantrouwen’ tussen de verschillende directies. Met name de dienst CI, die uit honderd man – vooral burgers – bestaat, kan niet door één deur met de andere directies, waar militairen de plak zwaaien. De taak van de dienst CI is, volgens een eigen intern document, in de eerste plaats bedreigingen van ‘buitenlandse inlichtingendiensten, andere organisaties en individuele personen in het kader van spionage, terrorisme, sabotage en subversie’ te voorkomen. Het comité I stelt veel goede wil en toewijding vast bij de medewerkers, maar vindt ook dat Adiv en CI hun taak niet naar behoren vervullen: ‘De nationale veiligheid vergt een sterke en betrouwbare veiligheidsdienst. De Dienst CI heeft belang bij een organisatie en een sturing die beantwoorden aan de standaarden van een doelmatige overheidsdienst. Die zijn er momenteel niet.’

Nog volgens het comité I werkt Adiv te weinig samen met de andere veiligheidsdiensten. ‘Er moeten dringend formele afspraken komen met de Staatsveiligheid en de andere Belgische diensten over samenwerking, zodat de dienst een betrouwbare en waardevolle partner kan zijn in het Belgische antiterrorismebeleid.’

De onderzoekscommissie naar de aanslagen van 22 maart, onder leiding van Patrick Dewael (Open VLD), drong in haar eindverslag van juni vorig jaar aan op een gemeenschappelijke strategische sturing van de beide inlichtingendiensten. Sommige partijen drongen al aan op een samensmelting tussen Staatsveiligheid en Adiv. De kritische audit van het comité I zou die discussie opnieuw op de agenda kunnen plaatsen.