Opschudding overal - de Belgische aarde heeft gebeefd
Foto: Het Volk

Twee doden en 17.500 omgevallen schoorstenen. Dat was de balans van de zwaarste aardbeving die ons land ooit getroffen heeft. Vandaag exact 80 jaar geleden.

‘De schokken duurden van drie tot dertig seconden. Opschudding overal! Te Kortrijk dacht men aan de ontploffing eener Fransche munitiefabriek en de Brusselaar vreesde voor instorting van de Noord-Zuidverbinding.’

80 jaar geleden opende de krant Het Volk dan wel met een artikel over de christelijke arbeidersbeweging. Het echte nieuws stond er vlak naast: de aardbeving van Zulzeke (Kluisbergen, nabij Ronse). Met een sterkte van 5.6 op de schaal van Richter is het nog steeds de zwaarste beving die ons land ooit getroffen heeft. De dodelijkste ook, want twee mensen overleefden de ramp niet. (Al zou de aarde in Verviers in 1692 nog harder gebeefd hebben, maar over slachtoffers van toen is niets bekend.)

Opschudding overal - de Belgische aarde heeft gebeefd
Foto: Het Volk

Van Wikipedia leren we dat de aardbeving in Gent een hardstenen blok van circa 500 kilogram van de Sint-Jozefskerk deed vallen, waardoor een zijtorentje van het Belfort aan stukken ging. In dezelfde stad ging ook een papierfabriek in vlammen op na een kortsluiting. Voorts was er schade aan kerken, kruisen of kapellen in Gijzegem, Kuurne, Munkzwalm, Rollegem, Strijpen, Wannegem-Lede, Westrozebeke en Zegelsem. Kortrijk was een van de zwaarst getroffen steden. Daar sneuvelde 40 procent van de schoorstenen en lag er puin in zowat alle straten.

En de doden? In Kruishoutem werd een werkman verpletterd onder een omgevallen muur en in Sint-Amandsberg kwam een man met een handkar om het leven in een ongeluk dat veroorzaakt was door de beving.

Het Volk schreef een dag later – er waren nog enkele nabevingen: ‘Slachtoffers van den schrik! Voerders geraken het stuur kwijt! Gevallen schouwen en muren, gebroken ruiten, losgeslagen daken en gebarsten gevels. De mijnwerkers hebben niets gevoeld.’

In de dagen na de aardbeving waren er nog zeven naschokken, waarvan nog twee met een magnitude boven de 4. Volgens de Koninklijke Sterrenwacht was de aardbeving van 1938 vermoedelijk toe te schrijven aan een breuk in het Brabantmassief, een geologisch massief dat zich uitstrekt onder grote delen van Vlaanderen en de Noordzee en naar het noorden toe bedekt wordt door steeds dikkere sedimentlagen.

Sindsdien hield dat massief zich rustig. Na 17 juni 1938, de laatste naschok, werd in de regio geen enkele seismische activiteit meer opgetekend.