Schelde krijgt plasticvangers
Dirk Pauwels, brein achter de vzw Zero Plastic Rivers die ijvert voor een propere Schelde. Foto: Boumediene Belbachir
In 2019 moeten er installaties op de Schelde liggen om er plastic afval uit te vissen. ‘We moeten het afval tegenhouden voor het in zee komt.’

ls de zeeën kreunen onder plasticvervuiling, zijn het vaak de rivieren die het aanvoeren. Ook de Schelde transporteert zijn deel zeewaarts. Daarom wil de Vlaamse Waterweg, de instantie die de bevaarbare waterlopen beheert, in de lente van 2019 op acht locaties in het Scheldebekken ‘plasticvangers’ laten plaatsen. Die zouden een jaar lang ononderbroken proefdraaien. Daarna zou beslist worden om ze al dan niet aan te kopen.

‘We doen eind juni een oproep naar bedrijven en vzw’s om zo’n installatie voor te stellen’, zegt projectingenieur Frederik Van Overloop van de Vlaamse Waterweg. ‘Het kost de overheid niets, de deelnemers doen de investering. Als het werkt, hebben ze iets dat ze overal ter wereld aan de man kunnen brengen.’

Er komen installaties in het getijdengebied van de Schelde, in niet-tijgebonden zones en op een tweetal plaatsen in kanalen. Het zal volgens Van Overloop de eerste keer zijn dat er zulke installaties komen in dergelijke ‘moeilijke’ context: in een getijdenrivier, met dan nog eens intensieve scheepvaart die er geen hinder van mag ondervinden.

Afvalvangers bestaan al. Bijvoorbeeld op de Seine in Parijs, of in het Amerikaanse Baltimore, waar hij de koosnaam Mr Trash Wheel kreeg. Maar daarvan is niet geweten welk percentage van de rommel ze uit het water halen. ‘Wij willen weten hoe efficiënt die installaties zijn’, zegt Van Overloop. ‘Daarom hebben we een monitoring van het Schelde-afval nodig.’

Fuiken

De Vlaamse Waterweg doet daarvoor een beroep op de Universiteit Antwerpen. Bioloog Bert Teunkens van de onderzoeksgroep ECOBE brengt voor zijn doctoraat het plasticafval in de Schelde in kaart. ‘Vandaag weten we nog weinig over afval in rivieren’, zegt hij. ‘Vaak gaat het om extrapolaties van beperkt onderzoek, of om theoretische modellen.’ Het onderzoek duurt vier jaar en kreeg de steun van onder andere de haven van Antwerpen, de Ovam en de chemische sector, net als van de vzw Zero Plastic Rivers.

Op de Schelde meet Teunkens het plastic op twee manieren. Het eerste is door middel van fuiken, zoals ook het visbestand onderzocht wordt. Het tweede is in zogeheten ‘ankerkuilen’: vanop een vastliggende boot worden twee netten van acht meter breed te water gelaten. Zij komen tot op de bodem en filteren het water dagenlang op stukken groter dan een centimeter.  Voor speurwerk in de zijrivieren (Dender, Rupel, Nete, ...) wordt later dit jaar een mobiele sampler ingezet.

Maandverband

Uit de eerste bevindingen is gebleken dat folies de grootste fractie vormen, gevolgd door winkelzakjes, snoep- en chipsverpakkingen, het kunststoflaagje van maandverband, inbrenghulzen van tampons, occasioneel wat drankflesjes of lege bussen afwasmiddel. Allemaal samen goed voor 80 liter plastic op iets meer dan 20 uur.

‘Ik was geschrokken van wat we aantroffen’, geeft Teunkens toe. ‘Doordat het Scheldewater troebel is, blijft de vervuiling voor een groot stuk onzichtbaar.’

Bert Teunkens vindt het belangrijk hierop in te zetten. ‘De plastic soup in zee opkuisen is haast onbegonnen werk. Je kunt beter vroeger ingrijpen, in de rivieren. Voorkomen dat afval in het milieu komt, is natuurlijk nog veel beter, maar voorlopig volstaat preventie duidelijk niet.’