zaterdag 9 juni 2018 - dS Weekblad
closefacebook gplus nextprevtwitter video

De Modeacademie backstage

Evolueer ik? Ben ik goed genoeg? Maakt dit mij gelukkig?

Het was een wrede lente voor de Antwerpse Modeacademie. Ze verloren een derdejaarsstudent, waarna de opleiding en haar wereldwijde renommée onder vuur kwamen. We keken binnen van over de schouder van Liza en Nick, twee derdejaars in hun eindsprint naar de defilés. ‘Kritiek voelt persoonlijk. Alsof niet je creatie, maar jijzelf wordt afgewezen.’

 

Yelizaveta wacht me op in de deuropening van haar appartement, twee hoog aan de Suikerrui. Daar staat iemand die weet hoe ze het moment beheerst. ‘Je krijgt geen tweede kans om een eerste indruk te maken’, zal ze straks zeggen. Ze beweegt met het zelfbewustzijn van een ballerina, haar wenkbrauwen zijn roze aangezet. Deze derdejaars­studente verwelkomt me hartelijk en geconcentreerd in haar appartement, dat ingepalmd wordt door haar net afgewerkte collectie. Achter mij doet ze de deur op slot.

Yelizaveta Volosovska groeide op in Kiev. Haar ouders, een architectenkoppel, runnen een bureau op het Maidanplein. Dat plein waar meer dan 100 doden vielen, in het jaar dat Yelizaveta achttien werd. Toen ze naar Antwerpen vertrok, liet ze een land in oorlog achter. Het was wennen aan de evidentie die vrede was. ‘Het leven is zo veilig hier’, zegt ze. ‘Zo zorgeloos. Mensen glimlachen op straat. Ik wist niet wat ik zag.’ Na drie jaar wennen gaat de deur nog altijd op slot.

Is het die dreigende context die haar zo snel deed opgroeien? Op haar 21ste spreekt Yelizaveta, of Liza, met een opmerkelijke maturiteit over leven, wat dat kan betekenen, en hoe je erachter komt wie je bent. ‘Ik voelde als kind al dat ik kunst nodig zou hebben. Om uit te vinden wie ik ben, om mijn persoonlijkheid te ontwikkelen, om mezelf vorm te geven, om mijn emotionele intellect te ontplooien.’ Samen met haar ouders werkte ze een traject uit. Ze volgde kunstacademie, vulde dat aan met privé­lessen. Technisch tekenen, zomers lang.

Liza: ‘Natuurlijk is het zwaar om jezelf zo jong constant in de ogen te moeten kijken. Very scary. Maar met angst leer je maar beter vroeg om te gaan, toch?’

Ze was pas veertien toen haar ouders haar naar het befaamde Central Saint Mar-tins College of Art and Design in Londen stuurden. ‘De eerste dagen was ik doodsbang, ik sloot me op in mijn kamer. Ik kon niet communiceren zoals ik wilde, mijn Engels voelde ontoereikend. Maar zodra ik buitenkwam, ging de wereld open. Ik was definitief gebeten door de kunst die mode is.’ Een jaar later, ze was vijftien, zocht ze al zelf contact met de privéleraar van haar favoriete Oekraïense kunstenares. Die wist ze te overtuigen om ook haar te onderrichten.

Ze was vastbesloten, en het ging snel. Ze kon schetsen, ze kon tekenen, ze kon naaien, zelfs draperen, ze was er op haar zestiende al klaar voor. ‘I don’t like wasting time.’

Het zijn haar ongelukkigste momenten, zegt ze, ‘wanneer ik voel dat ik niet aan het evolueren ben’.

Bang van jezelf

Nick op zijn appartement, tussen ontwerptafel en naaimachine: ‘Ik hou van hard werken. Al van kinds af in de bakkerij van mijn ouders, sinds mijn 14de elk weekend.’

Liza vertelt het allemaal met een vrolijke ernst. Discipline noemt ze alleen maar een liefdevolle manier om voor jezelf te zorgen – een particuliere kijk voor een 21-jarige. Ik vraag haar wat zij vindt van de aantijgingen die een maand geleden verschenen op de gezaghebbende modewebsite The Business of Fashion (BoF). De zelfdoding van de Zuid-Koreaanse derdejaarsstudent Louis had daar een kettingreactie uitgelokt aan (vooral anonieme) getuigenissen van ex-studenten. Over de ‘toxische sfeer’ op de Modeacademie, de onmenselijke werkdruk, de onrealistische verwachtingen en manipulatie van de docenten, die leiden tot chronisch slaaptekort, drugsmisbruik, en ronduit depressies. Vooral het hoofd, Walter Van Beirendonck, werd onder vuur genomen, van wie het beeld werd geschetst van een dictatoriale goeroe.

Ze haalt de schouders op. ‘Ik kan maar spreken als mezelf natuurlijk. Misschien ben ik bovengemiddeld hard, of gehard. Maar ik ervaar dat niet zo. Is de opleiding zwaar? Natuurlijk. Maar dat ligt niet aan de organisatie, niet aan de docenten, dat ligt voor mij aan de aard van zo’n opleiding. Élke artistieke opleiding, en zeker mode. Die dwingt je jezelf voortdurend wezenlijk te bevragen. Wie ben ik? Hoe presenteer ik mezelf aan de wereld? Hoe druk ik mij uit? Als je érgens toe gedwongen wordt in deze school, dan om je eigen stem te vinden. En als je érgens voor afgestraft wordt, dan als ze voelen that you’re pretending.’

‘En natuurlijk is het zwaar om zo jong jezelf constant in de ogen te moeten kijken’, zegt ze, ‘very scary. Maar met angst leer je maar beter vroeg om te gaan, toch? De opleiding lijkt me niet harder dan het leven zelf. Angst kan je beste vriend worden. Hij is een beest dat je moet verleiden, elke keer, want hij komt altijd terug. Bij stress, maar ook onverwachts. Zoals nu. Mijn collectie is af, en de vragen sluipen binnen. Ben ik goed genoeg? Ben ik eerlijk geweest? Maakt dit mij gelukkig? Evolueer ik? Angst die niets met de jury te maken heeft, alles met mezelf. The only thing that scares you is yourself.’ Volgende week gaat ze even terug naar Kiev. Om de gesofisticeerde schoen-in-schoenen te gaan ophalen voor haar collectie. ‘En om te praten met mijn ouders, met mijn vrienden daar. Dan kan ik weer verder.’ Ze glimlacht. ‘Dus is het zwaar? Sure.’

Helemaal uitgeklaard

Na de pas is de sfeer bedrukt. Het model met de spannende schoenen had tranen in de ogen gekregen, en de aandacht gekaapt. Liza heeft het er lastig mee. Modellen horen hun pijn te verbijten

In die week terug naar huis valt net de laatste les modeontwerp van het jaar. Daar is Liza dus niet bij. Maar ik leer er wel Nick Haemels kennen. Een 25-jarige bakkerszoon uit Schoten met een doordringende blik die hij liever neerslaat, en met een parcours dat niet harder kan verschillen dan dat van de architectendochter uit Kiev.

Het is vrijdagochtend, de derdejaars leggen de laatste hand aan hun collectie van acht silhouetten. Nog twee weken voor de shows, de zenuwen staan strak, tegelijk is er opluchting – het grootste werk is geleverd, het gaat om details nu. We bevinden ons vijf hoog in het gebouw van het ModeMuseum aan de Nationalestraat. Deze en de verdieping hoger vormen het vaste onderkomen van de opleiding, het is er werken met uitzicht op de kathedraal. Een majestueuze uitvalsbasis die ze de komende twee jaar moeten missen wegens renovatiewerken. Ze verhuizen naar het Antwerpse Handels­museum, waar ze de ‘speelplaats’ zullen delen met een kleuterschool. ‘Wordt vast een interessante wisselwerking’, zegt Walter Van Beirendonck glimlachend. De man die hier in 1980 zelf afstudeerde, en niet veel later als docent begon, leidt ons snel rond voor hij bij zijn studenten gaat. Hij is vriendelijk, hij is ook erg op zijn hoede.

Sinds de heisa heeft hij nog niet gesproken. Het liefst zou hij dat zo houden, en alles en iedereen hier voor zich laten spreken. Op anonieme beschuldigingen vindt hij niet dat hij moet reageren. Hij is er, zegt hij, kapot genoeg van geweest. En hij heeft met de studenten ‘alles gezegd wat moest worden gezegd’, voor hem volstaat dat. ‘Louis was erg graag gezien. Ook door mij. Hij zat hier al vier jaar. Zijn dood flitste als een bliksem door de afdeling. Iedereen bleef verstomd achter. Het was een maand voor de jury’s, ik beschouwde het als mijn taak, mijn plicht zelfs, om de studenten weer op gang te krijgen. Nu besef ik dat die reactie bij sommigen fout overkwam. Iedereen rouwt overigens op zijn eigen manier. Anderen vallen elkaar in de armen. Ik ben iemand die als een gek begint te werken. Maar dat is dus allemaal uitgeklaard met de studenten. Dat is wat telt.’

Al deelt hij de mening van Johan Pas – sinds zes maanden de nieuwe decaan van de school – dat dit moment moet worden aangegrepen om de opleiding tegen het licht te houden. Omdat tijden nu eenmaal veranderd zijn, jongeren ook. Er gelden andere vanzelfsprekendheden dan dertig jaar geleden. Niet dat de opleiding minder veeleisend moet worden. ‘Ik bereid hen voor op een modewereld die nog veel harder is dan wat mensen zich kunnen voorstellen. Niemand is ook verplicht naar hier te komen. In andere scholen is het hoge inschrijvingsgeld al een zekerheid voor het diploma. Hier niet, onze school is echt, dat weet je op voorhand. Maar goed, dit grijpen we hoe dan ook aan om na te denken over de opleiding en onze manier van werken. Dat is misschien het enige positieve aan dit hallucinante verhaal. We gaan dingen herzien. In kleinere groepen werken, studenten nog beter begeleiden. We moeten hier sterker uit komen.’

Dat hij genoeg gepraat heeft, vindt hij. Tijd voor Nick.

Een vlekje inkt

Nick wil van de les gebruikmaken om Van Beirendonck de laatste af te werken silhouetten te laten zien. Helaas staakt De Lijn, zijn model is te laat. Hij chartert een model van een medestudent, al is die, benadrukt hij, te klein voor zijn ontwerp. Van Beirendonck bekijkt het van op enkele meters afstand, stelt vragen, suggereert dat het ‘misschien iets opwaarts’ nodig heeft. ‘Het trekt naar beneden nu. Iets moet naar het gezicht gaan. Het is ook wat braaf. Oppassen dat dit niet de flauwe van de hoop wordt. Misschien heb je de vorige keer een schrik gepakt?’

Hij haalt zijn telefoon boven, scrolt door zijn foto’s en bestudeert met Nick een beeld van de vorige pas. Van elke student documenteert hij zorgvuldig de vorderingen. ‘Ik zit voortdurend in hun hoofd, en zij in het mijne’, vertelt hij, terwijl hij met zijn duim iets van mijn voorhoofd wrijft. Daar schrikt hij zelf van. ‘Sorry,’ zegt hij, ‘maar er zat een vlekje inkt daar.’ Ook gesprekspartners perfectioneert hij.

Nick experimenteert ter plekke met opstaande houten latten. Succesvol, ‘dat is de goeie richting’, knikt Van Beirendonck. Alleen nog die sneeuwschoenen in hard plastic, ‘die zullen lawaaierig zijn op de catwalk. Misschien een onderlaag in mousse?’ Hij zegt erg vaak ‘misschien’.

Op het einde van de les vraagt Walter Van Beirendonck nog even de gezamenlijke aandacht. Enkele dienstmededelingen, waaronder bovenal: de bekendmaking van de hoofdvogel van this year’s jury. Jean Paul Gaultier. De groep reageert zoals dat hoort: opgetogen.

Gefrustreerd natrappen

Van Beirendonck: ‘Louis was erg graag gezien. Ook door mij. Ik zag het na zijn dood als mijn taak om de studenten weer op gang te krijgen. Nu besef ik dat die reactie bij sommigen fout overkwam’

Na de les trekt Nick zwaarbeladen naar zijn appartement, 100 meter verderop. Daar woont hij twee verdiepingen boven een hamburgertent. Centraal staat een zetel onder een uitgestrekte ontwerptafel – op wieltjes. Heeft hij de zetel nodig, dan rolt hij de tafel weg. En andersom. Die tafel heeft hij zelf bedacht en gemaakt, dat vindt hij evident. Ziet hij de noodzaak van een idee, dan voert hij dat uit. Het is zijn grootste kracht, meent Nick: zijn daadkracht.

Nick Haemels is tenger, maar lijkt onverzettelijk. Die paradox deelt hij met Liza. Dat alleen. Want ‘ikzelf heb lang niet geweten wat het was wat ik wou doen’, zegt hij. ‘Ik heb sportschool gedaan, kunsthumaniora, architectuur, industrieel design, maar al die tijd bleef ik op mijn honger. De enige rode draad was: tekenen. Deed ik altijd, overal. De Modeacademie begon me steeds meer aan te trekken door die explosie van creativiteit hier. Ik zag geen andere opleiding waarin je creatieve verbeelding zozeer wordt opgerekt. Pas de derde keer was ik geslaagd voor het intensieve toegangsexamen van twee dagen. Vooral het gesprek met de jury ging moeizaam. Ik kreeg mezelf niet verantwoord, mijn referentiekader was te beperkt.’

Hij gaf niet op tot hij binnen was. ‘Ik ben gewoon niet geprogrammeerd om op te geven, denk ik. En ik hou van hard werken. Doe ik al van kinds af in de bakkerij van mijn ouders. Vanaf mijn veertien jaar elk weekend, van twee uur ’s nachts tot de middag. Dat bleek onverwacht een goeie vooropleiding (lacht).’

Liza, kind van een Oekraïens architectenkoppel, was er op haar 16de al klaar voor. Kon schetsen, tekenen, naaien, zelfs draperen. ‘I don’t like wasting time.’

De modewereld staat mijlenver af van de wereld waarin hij opgroeide. Hij is zijn ouders dus erg dankbaar, zegt hij, voor alle steun desondanks, de morele, ook de financiële. ‘Dit blijft natuurlijk al bij al een dure opleiding, door de materiaalkost alleen al.’ Ook daarom doet hij bijna alles zelf, zeker alle stikwerk. Hij wijst naar zijn industriële naaimachine. Toen hij mocht beginnen, moest hij, anders dan veel medestudenten, van nul beginnen. ‘Ik heb op Youtube honderden tutorials over naaien bekeken. Geoefend als gek. Ik had voor mezelf besloten: je bent binnen, je gaat nu vier jaar keihard werken. Mijn laatste feestje dit jaar was, denk ik, in februari.’

Niet overdreven dan, de verhalen over de werkdruk? ‘Die is hoog, maar niet onmenselijk. Wat die in creatieve richtingen misschien zwaarder om dragen maakt, is alle emotie die erbij komt. In al wat je creëert, zit wie je bent. Alle kritiek voelt dus erg persoonlijk. Alsof niet je creatie, maar jijzelf wordt afgewezen. Dat onderscheid moet je snel leren te maken, anders ga je aan die afwijzing ten onder. Ik heb geleerd om dieptepunten als startpunten te herijken. Ik hou van ruimte voor verbetering, want ik hou van ontdekken. En experimenteren. Dit jaar, het jaar waarin Walter lesgeeft, heeft me daarbij goed geholpen. Hij heeft me uit mijn comfortzone gehaald, me uitgedaagd tot veel gewaagdere trial and error. Creëren, dat is drie stappen vooruit en twee achteruit. Bij die stappen achteruit mag je niet panikeren.’

Hij hoort zichzelf bezig. ‘Dit klinkt misschien wel erg stoer. Ik heb alle begrip, hoor, voor mensen die afhaken, vorig jaar heb ik er zelf dicht bij gestaan. Alleen moeten die achteraf niet gefrustreerd gaan natrappen op een website.’ Hij glimlacht, rolt de tafel over de zetel en begint een manier te zoeken om de houten latten aan het silhouet te bevestigen.

Deur dicht

Nick: ‘Ik heb op YouTube honderden tutorials over naaien bekeken. Geoefend als gek. Ik had voor mezelf besloten: je bent binnen, je gaat nu vier jaar keihard werken. Mijn laatste feestje dit jaar was, denk ik, in februari’

We zijn een vrijdag verder. Vandaag is ‘dé pas’, een eerste samenvattend moment van de waarheid. De acht silhouetten moeten samen worden gepresenteerd aan het docententeam. Het is een generale repetitie, zo je wil, voor de nakende eindejaarsshows.

De modellen worden met stille, vingervlugge concentratie aangekleed. Haar collectie, zegt Liza, vertelt wie Daria is. Een vriendin die ze pas vorige zomer leerde kennen, en die haar hogelijk inspireert. ‘Ik raakte dit derde jaar moeilijker op gang. De jury na het eerste semester, in januari, was niet bijzonder goed. Ik heb me moeten herbronnen. Ik zocht het te ver. Daria vind ik “a perfect human being”. Ik kijk graag naar haar. Ze inspireert me. Het leek me plots zo logisch.’ Ze wijst naar een afgietsel van een gezicht. ‘Kijk, dat is Daria. Van haar gezicht heb ik een masker gemaakt. En hier, van haar handen, een kroon.’

Liza zet de modellen in de gang op een rijtje voor inspectie. Ze haalt het masker af, ook de kroon beslist ze weg te laten. Eén model klaagt over te kleine schoenen – de hitte doet haar voeten zwellen, ze gaat er even bij zitten. Dan vertrekken ze naar boven, naar de jury. De deur gaat dicht.

Het gezicht is dat van Daria, vriendin en inspiratie.

Bij terugkeer is de sfeer bedrukt. Het model met de spannende schoenen had tranen in de ogen gekregen, en dat had alle aandacht gekaapt. Ze zegt het niet hardop, maar Liza heeft het er lastig mee. Modellen horen dat kortstondige moment hun pijn te verbijten. Ze kan, los van het schoeneneuvel, moeilijk inschatten hoe het is gegaan. ‘I guess the show and results will clear it up a bit.’

Bij Nick verliep alles min of meer als gepland. Het ging goed. In zijn woorden: ‘Ik mag zeker niet klagen.’ Het opruimen gebeurt net zo lang en zorgvuldig als de voorbereiding. ‘Minstens even belangrijk’, zegt de bakkerszoon.

Psychologische bijstand

Onder de derdejaars, ze zijn met achttien, lijkt de solidariteit groot en gemeend. Wat gebeurd is, heeft de groep hechter gemaakt, zeggen ze. Over Louis spreken ze liever uit één mond. Wat hen overkomen is, is hen als groep overkomen. Dat de wanhoopsdaad niet eenduidig te verklaren is, zeggen ze. Er kwamen veel dingen samen, boven op een moeizaam begin van zijn derde jaar. Ze spreken van culturele verschillen in het omgaan met mislukking. Ze spreken ook over een diepliggend probleem van aanvaarding in zijn thuisland. Een school kiezen, zo ver weg van huis, is overigens al vaak een eerste stap in de emancipatie. Maar zonder stevige thuisbasis, dat bevestigen ze allemaal, is het erg moeilijk. Negen op de tien modestudenten komen uit het buitenland, en net die groep vindt de weg niet makkelijk naar de psychologische bijstand die de school aanbiedt – dat wil de directie nu ook verbeteren.

Nick achter de schermen van het eindejaarsdefilé.

Ook over Walter Van Beirendonck lijken ze het eens. Dat hij veeleisend is, zeker. Perfectionistisch. Controlefreakerig. Dat hij meer afstand bewaart dan andere docenten. Maar dat hij als geen ander in staat is om studenten zichzelf te doen overstijgen. Zijn teruggetrokken eerste reactie op de dood van Louis hadden ze inderdaad vreemd gevonden. Maar hij had zich daarvoor geëxcuseerd, of toch geschetst wat er bij hem gebeurd was. Ze geloofden hem, dat volstond voor hen.

Ze hebben besloten om Louis’ etnische kostuum – de vaste eerste opdracht voor het derde jaar – straks als eerbetoon op de catwalk te laten zien tijdens de shows.

Dat is hun verhaal. Zo gaan ze verder.

Kleurenblind

Daria, Liza’s muze (in het zwart in het midden). Speciaal uit Kiev overgevlogen.

In de laatste dagen voor de defilés moeten de studenten nog een fotoshoot inplannen. De collectie dient te worden gedocumenteerd. Liza had de shoot lang op voorhand gepland – met een fotograaf uit Amsterdam, een styliste uit Oekraïne, een van haar favoriete modellen en nog een make-upartiest. Allemaal professionals, allemaal ook vrienden – ‘dus betaalbaar’.

‘A complete idyll’, mailt ze me over de shoot. ‘Ik heb zoveel bijgeleerd over mijn eigen collectie, alleen al door de blik van de fotograaf die het benaderde op een heel nieuwe, experimentele manier.’ Op Instagram post ze enkele previews. Onder alle modestudenten is Instagram een druk ingezette marketingtool.

De shoot van Nick gebeurt op de school zelf, de dag voor de shows. In een uithoek heeft hij een setting gebouwd met piepschuim. Hij wou een ‘outdoor, Alaskasfeer’ creëren, zijn collectie is gebaseerd op avonturen- en survival-outfits. Aan de basis ligt een wingsuit, die hem alle richtingen uit inspireerde. De kleuren zijn fel en eenduidig – rood, geel, blauw, oranje. ‘Ik ben kleurenblind. Ik heb duidelijke kleuren nodig. Anders maak ik fouten.’

Frontstage in de Parkloods, de show is voorbij.

Er zijn twee modellen, een bevriende fotograaf, iemand voor de make-up. En Indy, zijn beste vriendin die komt assisteren, en die hij hier in het eerste jaar leerde kennen. Zij hield ermee op, ze ging communicatiewetenschappen studeren, maar blijft gebeten door mode. Haar toegewijde assistentie is roerend.

Ook Marie, Nicks vriendin, komt even kijken. De ex-leerlinge van de Koninklijke Balletschool, en bijna afgestudeerd psychologe, kent iets van discipline en van passioneel hard werken. ‘Mijn jaren als danseres helpen me om Nick te begrijpen. Zijn ambitie is immens, maar herkenbaar. Net als de tol die de ambitie eist. Ik ben vooral blij te zien dat zijn passie niet wordt aangetast, zoals bij mij wel is gebeurd. Cruciaal in kunstopleidingen is de manier waarop kritiek wordt geformuleerd. Zó belangrijk. Docenten zouden daarin blijvend moeten worden opgeleid.’

De shoot zal de hele dag duren. Op de achtergrond houdt West Coast-hiphop het tempo aan.

De verkeerde vragen

Op zaterdagavond 2 juni, tegen tienen, zie ik een jonge vrouw, gehurkt tussen de kledingrekken van Liza’s collectie, twee slokken nemen van een fles prosecco. We bevinden ons backstage in de Parkloods van het Antwerpse Park Spoor Noord, dit is de tweede en laatste avond van de eindejaarsdefilés. Jean Paul Gaultier heeft verstek gegeven.

Het is pauze, de derdejaars zijn ervan af. Er gaat een zucht van verlichting door de rangen. De jonge vrouw heet Daria. Liza’s muze, speciaal voor de defilés uit Kiev gekomen. ‘Die hele modewereld is nieuw voor mij,’ zegt ze, wijzend naar de prosecco, ‘het geeft me veel stress.’ Ze zegt diep vereerd te zijn met de aan haar opgedragen collectie. ‘Een bevreemdende ervaring, ook dat afgietsel van mijn gezicht. Zet ik het op, dan draag ik mijn eigen masker – quite a statement these days.’

Liza komt er opgetogen bij. Ze is tevreden, de modellen waren op tijd klaar, en dat is minder evident dan het lijkt. De meeste lopen voor meerdere studenten, en moeten soms in een mum van tijd uit- en aangekleed worden. Met gesofisticeerde ontwerpen als die van Liza is dat geen sinecure.

Ze is uitgeput, en ze is blij. Haar familie is er. De naam van haar collectie staat in de folder vandaag wél op het juiste lijntje, en er zijn vanavond geen cameraploegen die haar de verkeerde vragen stellen. ‘Het journaal van de openbare omroep was gisteren maar geïnteresseerd in één ding: de dood van Louis. Ik heb het item gezien. Eén zin van mij hebben ze overgehouden, net daarover. So typical.’

Een revolutie

Een gang verderop is Nick aan het opruimen, in eenzelfde opgeluchte vermoeidheid. Indy is er ook, en nog drie oude vrienden die de hele avond hebben geassisteerd. Straks kijken ze nog naar de defilés van de masters, en moeten ze met alle studenten, of mogen ze, de catwalk op om toegejuicht te worden. ‘Ik zal er snel afstappen’, voorspelt Nick juist. ‘Een podium is niets voor mij.’

Na afloop, om halftwaalf, proppen Nick en zijn vrienden alles in een taxibusje. De chauffeur ziet het niet graag gebeuren. Thuis gaan ze nog frietjes eten, en dan kruipen ze in bed. Voor de afterparty is er geen energie meer.

Ik vraag Liza tot slot naar wat volgt. De toekomst die ze altijd al zo helder zag. Wat is haar plan? Ze aarzelt niet: ‘I want to start a revolution. Ik wil het idee van mode veranderen. Ik vind het zo jammer dat het woord alleen al, fashion, angst inboezemt. Omdat het nog altijd gelinkt wordt aan beoordeeld worden, veroordeeld worden. Mode heeft voor veel mensen nog altijd iets exclusiefs, letterlijk: iets uitsluitends. Iets dat zegt: You’re not good enough. Dat is helemaal verkeerd. Mode moet gelukkig maken. Omarmen.’

Ze meent het ernstig en is als steeds vastbesloten. ‘Mijn overgrootvader was ook kleermaker. In de oorlog zijn al zijn bezittingen verloren gegaan. Behálve: zijn kleermakersschaar. Dat wil iets zeggen. Dat erfstuk ben ik niet minder dan een revolutie verschuldigd.’

Sport
  1. Hamilton verovert polepositie GP van de USA, Stoffel Vandoorne traagste
  2. Vandoorne zet traagste tijd neer in kwalificaties GP van VS, pole voor Hamilton
  3. Dries Mertens zorgt met doelpunt en assist voor vlotte zege Napoli
  4. Union moet in slotfase nog gelijkspel toestaan in Roeselare, Lommel is nieuwe leider
  5. Oostende blijft ongeslagen en dient Antwerp Giants eerste nederlaag toe
  6. Deurne Spartans winnen Belgian Series Baseball
  7. KV Kortrijk sluipt richting top zes
  8. Racing Genk blijft op kop na twee goals tegen Eupen
  9. Sterk Antwerp voorlopig derde na winst tegen Lokeren
  10. Horrordebuut voor Henry bij Monaco: blunderende keeper, Falcao out en rode kaart na twee minuten
  11. Ferrari bovenaan laatste oefensessie GP van de USA, Vandoorne achttiende
  12. Bocholt en Wezet slaan een kloof in BENE-League handbal
  13. Standard niet voorbij hekkensluiter Moeskroen
  14. Gaël Monfils en Kyle Edmund strijden om de zege in finale van European Open in Antwerpen
  15. Laurens Devos en Florian Van Acker pakken goud op WK paralympisch tafeltennis
  16. Gulbis en Tsitsipas spelen de finale van ATP-toernooi Stockholm
  17. Julia Görges pakt in Luxemburg zesde toernooiwinst
  18. Niels Albert wordt ploegleider van Sweeck en Soete
  19. Gouden Spikes voor Koen Naert en (opnieuw) Nafi Thiam
  20. Dortmund houdt Bayern op afstand na vlotte zege tegen Stuttgart