Waarom Zweden zijn burgertroepen test
In juni vorig jaar hielden Navo-troepen nog grootschalige oefeningen in Polen en de Baltische staten om hun paraatheid te tonen. Foto: AFP

Het Zweedse leger roept zijn 22.000 reservisten voor het eerst sinds de Koude Oorlog op voor een grootschalige oefening. Is de angst van het Scandinavische land voor de Russische dreiging gerechtvaardigd? En heeft zo’n oefening dan nut?

Woensdag vieren de Zweden hun nationale feestdag, en dat leek de legerleiding een ideaal moment om de 40 bataljons van de Hemvärnet of Nationale Strijdkrachten op te roepen voor een verrassingsoefening. Dinsdagavond worden de 22.000 reservisten verwacht in hun respectievelijke basissen, woensdag moeten ze tonen in staat te zijn om  in geval van oorlog te patrouilleren op straat en (lucht)havens te bewaken.

Zweden is al langer bezig om de verdedigingsmaatregelen uit de tijd van de Koude Oorlog weer op te bouwen. Zo werd vorige maand opnieuw een regiment gestuurd naar Gotland, het Zweedse eiland in de Baltische Zee, en werd de bevolking in een brochure onder andere opgeroepen om voedsel te stockeren. Bovendien klinkt de roep om lid te worden van de Navo bij de Zweden steeds luider.

‘Zweden de facto Navo-lid’

Net als de Baltische staten vreest Zweden de steeds agressievere houding van Rusland in de regio. Volgens Sven Biscop, professor Politieke Wetenschappen aan de UGent, is er echter geen rechtstreekse dreiging en zal Russisch president Poetin niet snel binnenvallen. ‘Welk belang zou Rusland daarbij hebben?’

‘Zweden mag dan geen lid zijn van de Navo, maar is dat wel van de Europese Unie. Als er een inval komt, moeten de andere EU-landen (die wel lid zijn van de Navo) dus te hulp schieten’, legt Biscop uit. ‘Als Poetin Zweden binnenvalt, valt hij dus onrechtstreeks ook de Navo aan. Gaan de Verenigde Staten dan afzijdig blijven? De facto is het land dus eigenlijk wel lid.’

‘Punt Russische speer is sterk, schacht is vermolmd’

Bovendien is het Russische leger volgens Biscop niet sterk genoeg. ‘Het is natuurlijk een kernmacht, maar de strijdkrachten zijn niet goed opgeleid en getraind. De punt van de speer, wat wij zien, is sterk, maar de schacht is vermolmd.

De Europeanen hebben daarnaast, ook zonder de steun van de VS, de macht van het aantal. ‘De Europese soldaten zijn ook niet gevechtsklaar, in die zin is het een verhaal van de lamme tegen de blinde. Maar er zijn nog altijd maar 650.000 Russische soldaten tegen zo’n 1,5 miljoen Europese troepen.’

De professor begrijpt wel waarom de Zweden de oefening houden. ‘ Het gaat om de afschrikking. Ze willen laten zien dat ze gewapend zijn en ze zichzelf kunnen verdedigen, ook aan de eigen bevolking. En ze willen Rusland laten weten dat de kost van een aanval groot zal zijn.’

‘Geen allesomvattend conflict zoals bij Koude Oorlog’

De vergelijking die gemaakt wordt met de tijd van de Koude Oorlog, vindt Biscop misplaatst. ‘Het gaat hier niet om een allesomvattend dispuut zoals in die tijd. Bovendien zitten we nu niet meer met een bipolaire maar met een multinationale wereldpolitiek. Als het vandaag slecht gaat tussen Rusland en het Westen, liggen veel landen daar niet meer wakker van.’

Volgens de professor willen zowel de EU als Rusland opnieuw naar een situatie van goed nabuurschap. ‘Maar dan moet Rusland wel goede wil tonen. Europa zal niet zomaar de economische sancties intrekken (die werden ingesteld voor de rol van Rusland in het gewapende conflict in Oost-Oekraïne en het neerhalen van MH17). Dat is niet in ons belang. Rusland gaat de Krim ook niet ineens teruggeven, maar het zou bijvoorbeeld wel de bemoeienissen in Oost-Oekraïne kunnen stoppen.’