Puntensysteem voor Belgische scheidsrechters wordt aangepast
Johan Verbist. Foto: Photo News

Het Referee Office van de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) is bezig het huidige systeem rond de quoteringen voor de Belgische refs aan te passen. Dat bevestigde scheidsrechtersbaas Johan Verbist in een gesprek met Belga.

Het huidige systeem om de prestaties van de scheidsrechters in de competitie te beoordelen, werd afgelopen seizoen serieus op de korrel genomen. Het bleek immers dat een ingreep van de videoref sowieso een slechtere score betekende en dat weegt zwaar door in de eindafrekening. Daardoor zouden scheidsrechters eerder geneigd zijn de VAR niet te raadplegen of zijn advies in de wind te slaan.

“Het afgelopen seizoen was niet in alle wedstrijden een videoref voorzien. Je kan niet tegelijkertijd twee systemen gebruiken, eentje met en eentje zonder videoref. Dan krijg je namelijk onevenwicht in de eindafrekening”, vertelt Verbist. “Dus hebben we er afgelopen seizoen voor gekozen om iedereen op dezelfde manier te beoordelen. Videoref of niet, ons quoteringsysteem bleef hetzelfde.”

Vanaf volgend seizoen zal het systeem er volledig anders uitzien, zegt de scheidsrechtersbaas. “Volgend seizoen is er dan ook in alle wedstrijden een videoref. We zijn nu bezig een ander puntensysteem op poten te zetten tegen volgend seizoen.”

Verbist gaf ook nog toe dat de aanwezigheid van de videoref afgelopen seizoen wellicht een invloed had op de prestaties van de scheidsrechters. “Het zou eigenlijk niet mogen, maar ik ben er zeker van dat het bij sommigen een invloed had. Door de videoref word je tijdens een wedstrijd in plaats van erna meteen gewezen op de verkeerde beslissingen die je gemaakt hebt. Tijdens een match weet je al dat je quotering minder zal zijn. Dat neem je voor de rest van de wedstrijd mee.”

Toch zullen refs er mee moeten leren omgaan. “Het is een deel van het leerproces. Ze moeten die verkeerde beoordeling meteen vergeten. Dat is niet makkelijk, maar je kan de toekomst niet tegenhouden.”

Verbist: “Semiprofessionalisme stuwt scheidsrechters naar een hoger niveau”

Acht Belgische scheidsrechters werkten het afgelopen seizoen als semiprof bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB). Daar komen er volgend seizoen nog twee bij. “De semiprofessionele scheidsrechters leverden allemaal betere prestaties”, evalueerde scheidsrechtersbaas Johan Verbist de regeling.

De semiprofessionele scheidsrechters kwamen het afgelopen seizoen elke dinsdag samen. ‘s Ochtends stond een fysieke training op het programma, daarna volgde een technische sessie en opnieuw een veldtraining. Ook donderdag trokken de semiprofs een halve dag uit om te trainen. Met resultaat, vindt scheidsrechtersbaas Verbist.

“Door samen te trainen en elkaar te evalueren tijdens de technische sessies, hebben de semiprofs elkaar naar een hoger niveau getild. We trainen in groep en zo kom je altijd verder dan wanneer je alleen traint. Je pusht elkaar en leert van elkaar. Je wilt niet onderdoen voor de andere, waardoor je op fysiek vlak steeds groeit. Bovendien bekijk je tijdens de technische sessies beelden van elkaar, maar ook van de UEFA. Zo leer je beslissingen nemen op basis van voorbeelden die je in een match ook kan tegenkomen. Hoe meer je zo’n beelden bekijkt, hoe beter je daarvan wordt.”

“Vooral Bram Van Driessche en Nathan Verboomen zijn enorm gegroeid. Die twee springen eruit, maar ook de anderen leverden betere prestaties. Minder opvallend, weliswaar. Ook de manier waarop Vertenten de laatste weken gefloten heeft, was echt hoog van een hoog niveau”, aldus Verbist.

“Die manier van werken zorgt ook voor concurrentie onderling en dat is een goede zaak. Je mag goed overeenkomen met mensen, maar zodra je met een klassement zit kan je niet anders dan competitief te zijn. Iedereen wil bovenaan staan en de beste zijn. Je wil die topmatchen in de play-offs fluiten”, aldus Verbist.

Maar het was niet allemaal positief afgelopen seizoen. “De Belgische arbitrage heeft een moeilijk seizoen achter de rug. Omdat we op korte tijd veel moesten implementeren. We zijn begonnen met de invoer van het semiprofessionalisme en de VAR. Uit de kritiek die daaruit voortkomt, moet je leren. Ik trek er conclusies en lessen uit en probeer het volgend seizoen beter te doen.”

Verbist blijft geloven in het VAR-project, maar erkent dat het niet allemaal is verlopen zoals het moest. “Ik vraag mij soms af of we met het VAR-project niet te snel zijn gegaan. We hadden afgesproken om een testfase van 48 wedstrijden te houden. Plots kwamen daar de play-offs bij. Dat zijn niet zomaar wedstrijden, maar wedstrijden waar het kampioenschap en de Europese tickets van afhangen”, aldus de scheidsrechtersbaas. “De druk wordt dan veel groter, niet alleen bij de scheidsrechters, maar bij iedereen: pers, ploegen, trainers, supporters. Er is veel geschoten op de VAR, en er zijn fouten gemaakt. Dat ontken ik niet. Maar ik lees dan zoveel dingen die totaal verkeerd zijn. De VAR heeft een ondersteunende en helpende rol, maar het blijft aan de scheidsrechter om te bepalen of hij wel of niet vasthoudt aan zijn beslissingen.”

Sommige media meldden zelfs dat de positie van Verbist als scheidsrechtersbaas ter discussie staat. “Ik weet niet wat ik nog meer kan doen”, zegt Verbist daarover. “Er zijn momenten geweest waarop er op de man gespeeld werd. Maar daar moet ik mee leren leven. Je weet op voorhand dat als er fouten gemaakt worden, naar de baas gewezen wordt. Ik ben uiteindelijk verantwoordelijk.”