760 gepensioneerden toch weer voor de klas
Foto: BELGAIMAGE
Het aantal 65-plussers dat weer aan de slag gaat in het onderwijs, neemt elk jaar toe. ‘Ik kom pas als ze écht geen jonge leerkrachten meer vinden.’

‘Als kinderen moe worden, dan zet ik de radio aan en gaan we samen dansen. Daar wordt iedereen wakker van. Ook de juf.’ Rita Van Stichel is al zeventig, ‘maar eigenlijk ben ik nooit echt van school vertrokken’, zegt ze. Momenteel vervult ze een vervangopdracht van zes weken. ‘Soms bellen ze mij om een dag in te springen, maar meestal gaat het om minimaal twee weken.’

Sinds 2009 kunnen leerkrachten ook na hun 65ste aan de slag blijven als onderwijzend personeel. Het aantal gepensioneerden dat daarop intekent, is jaar na jaar toegenomen. Vorig schooljaar stonden er 760 voor de klas: een ruime verdubbeling tegenover het schooljaar 2009-2010, toen het systeem in werking trad. In totaal zijn sindsdien al 1.753 gepensioneerde leerkrachten aan het werk geweest, ruim de helft van hen in het basis­onderwijs. De duur van hun opdrachten bedroeg gemiddeld 32 dagen. Dat blijkt uit cijfers van Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V), die parlementslid Elisabeth Meuleman (Groen) opvroeg.

‘Mijn directie gaat altijd eerst op zoek naar jongere leerkrachten’, zegt Van Stichel. ‘Pas als dat niet lukt, kom ik in beeld. Blijkbaar vinden ze vaak niemand.’ Dat zal er de komende jaren niet op verbeteren, want vanaf 2019 zal de jaarlijkse vraag naar nieuwe leerkrachten stijgen van 5.000 naar 6.000 tot 7.000 voltijdse krachten per jaar.

‘We stevenen af op een groot lerarentekort’, zegt Meuleman. ‘De komende jaren zullen meer leerlingen les volgen dan vandaag, terwijl tegelijkertijd meer leerkrachten met pensioen gaan.’ Recent bleek nog dat veel leerkrachten ook vroegtijdig uit het beroep stappen: bijna de helft van de leerkrachten die in het schooljaar 2011-2012 een carrière in het secundair onderwijs begonnen, hielden er voor 2016 alweer mee op.

Betere begeleiding

Zowel minister Crevits als Meuleman is tevreden dat gepensioneerde leerkrachten bereid zijn de krapte op de arbeidsmarkt aan te vullen. ‘Zo kunnen ze hun expertise en ervaring doorgeven’, zegt Meuleman. ‘Maar op lange termijn is dat natuurlijk geen structurele oplossing.’

Wat volgens Groen wel aan de orde is: meer jobzekerheid voor de beginnende leerkrachten, door hen een contract van onbepaalde duur te geven; een apart statuut met verlaagde werkdruk tijdens de eerste drie jaren dienst; aanvangsbegeleiding met de klemtoon op het ontwikkelen van kennis en praktijkervaring; meer ­differentiatie; en ook meer instrumenten voor directies om een ‘echt HR-beleid’ te voeren.

Die betere begeleiding voor starters is al beslist, laat minister Crevits weten. ‘Met verplichte niet-bindende toelatingsproeven zetten we in op het aantrekken van sterke profielen die bewust kiezen voor de leraren­opleiding. In de toekomst zullen achttienjarigen ook meteen kunnen kiezen voor een lerarenopleiding op een academisch niveau.’ Zo wil Crevits ‘de nood aan nieuwe leraren ook duurzaam het hoofd bieden’.

Tot die tijd blijft Rita Van Stichel ‘heel gemotiveerd voor de klas staan’. ‘Gelukkig heb ik een poetsvrouw.’