De wereld in 2050: geen eigen auto’s meer, maar ieder zijn eigen energie
Leo van Broeck (l) en Joachim Declerck Foto: Kristof Vadino

Moet onze wagen de deur uit? Wie gaat ons voedsel kweken? Ons leven zal de komende decennia drastisch veranderen, dat is zeker. Maar hoe precies, kunnen we ons nog niet voorstellen. Bij de aftrap van de architectuurbiënnale in Rotterdam en Brussel geven de curatoren Leo van Broeck en Joachim Declerck vijf prikkelende voorzetten.

‘In 2050 hebben we geen eigen auto meer’

We rijden dan in gedeelde voertuigen en hebben één kaart om een gedeelde fiets, wagen of trein te gebruiken. Mobiliteit delen is de enige manier om auto’s van de weg te halen, en dus minder stil te staan. Vandaag wordt veel hoop gesteld in de nieuwe technologie van zelfrijdende wagens, maar die technologische innovatie houdt niet meteen een ruimtelijke efficiëntieslag in. Door de omslag naar collectief gebruik van voertuigen komt er plaats vrij die niet langer door infrastructuur wordt opgeëist. Straten en pleinen krijgen meer ruimte en worden de ontmoetingsplekken van de 21ste eeuw.

‘Boeren verhuizen tegen 2050 naar de stad’

Het aantal landbouwers zal in 2050 weer toenemen in Vlaanderen, om zowel de wereld als de lokale bevolking te voeden. Het beroep van boer wordt een vitale schakel in het stedelijke systeem. Ze voorzien de stedeling niet alleen van voedsel, maar garanderen ook de broodnodige plekken van groen en lucht. De voedselparken zijn de stadsparken van de 21ste eeuw. Burgemeesters hebben een enorme economische slagkracht: met één beslissing kunnen ze voor alle scholen en zorginstellingen lokaal voedsel inkopen en zo een ongeziene boost geven aan de plaatselijke boeren.

‘In 2050 betalen we onze belastingen rechtstreeks aan een water- en energieschap’

Naar Nederlands voorbeeld betalen burgers direct aan partijen die de grote klimaatuitdagingen aanpakken. Zo ontstaat een pact tussen burger en overheid, waardoor het voor burgers leesbaarder wordt waar de budgetten naartoe gaan, en de overheid ook de verantwoordelijkheid draagt voor de implementatie van concrete oplossingen. Zo wordt actief de omslag gemaakt naar hernieuwbare energie, ruimte voor water en een lokale, gezonde voedselproductie.

‘Over enkele decennia produceren we onze eigen energie’

In 2050 wekken we onze energie grotendeels zelf op, volledig hernieuwbaar. Omdat we zelf aandeelhouder worden van een lokaal energiebedrijf, worden we verantwoordelijk voor ons eigen energieverbruik. Zo slagen we in een van de moeilijkste dingen: ons energieverbruik doen afnemen. De massale investering die nodig is om van fossiele naar hernieuwbare energie te gaan, legt nieuwe infrastructuur onder onze straten, past onze gebouwen en publieke ruimtes aan en koppelt nieuwe tewerkstelling aan de noden van de 21ste eeuw.

‘Straks kopen we vooral wat we zelf produceren’

Steden zijn geen winkelstraten meer, waar alle goederen vanuit de hele wereld naartoe komen om verkocht te worden en in vele verpakkingen mee naar huis te nemen. De winkelomgeving van vroeger wordt een maakomgeving: de assemblage van stukken gebeurt ter plaatse, er is minder stockageruimte nodig en producten kunnen op maat gemaakt worden. Budget dat vroeger in steeds grotere havensluizen geïnvesteerd werd, gaat naar innovatie- en productiemilieus in de stad. We worden minder afhankelijk van goedkope productie en grondstoffen uit andere delen van de wereld. In de plaats komt een kleinschalige maakindustrie die haven en stad weer aan elkaar koppelt.

Het interview met Leo Van Broeck en Joachim Declerck, curatoren van de architectuurbiënnale in Rotterdam en Brussel, over onze laatste kans om het goed te maken met de planeet leest u in de weekendkrant van De Standaard.