Franse autoconstructeurs dreven prijs kunstmatig op
Foto: afp-belga
In plaats van de ­werke­lijke kosten aan te rekenen voor wissel­stukken lieten Renault, Peugeot en Citroën klanten een veel hogere prijs betalen. Met dank aan ingenieuze software.

Eigenaars van auto’s van de Franse constructeurs Renault en PSA (de fabrikant van Peugeot en Citroën) hebben jarenlang te diep in de buidel moeten tasten. Voor wisselstukken waarbij klanten geen andere keuze hadden dan die te kopen via de constructeurs zelf, dreven Renault en PSA de prijs sinds eind 2000 met gemiddeld zeker vijftien procent op. Dat gebeurde op een gecoördineerde manier, blijkt uit vertrouwelijke documenten die de Franse onlinekrant Mediapart in handen kreeg. Ze werden geanalyseerd door de partners van het medianetwerk European Investigative Collaborations (EIC), in samenwerking met De Standaard.

De prijsverhogingen hebben Renault en PSA jaarlijks minstens honderd miljoen euro extra opgeleverd, blijkt uit de documenten. In tien jaar tijd hebben de twee Franse autogiganten hun klanten wereldwijd op die manier anderhalf miljard euro te veel aangerekend. In België is Renault de op een na grootste autoverkoper: vorig jaar verkocht het merk hier 49.015 wagens. Het moet alleen Volkswagen laten voorgaan. Ook Peugeot en Citroën staan in de top tien, respectievelijk op plaats vier en acht. 

Toverwoord? ‘Geschatte waarde’

Concreet steeg de verkoopsprijs van bijvoorbeeld de sensoren aan de gaspedaal van een Renault Mégane in enkele jaren van 51,71 euro naar 110,22 euro – meer dan een verdubbeling. De winstmarge voor Renault werd enorm, want de productiekosten bedragen zo’n 12 euro. Ook wisselstukken van Dacia, het budgetmerk in de Renaultgroep, werden aangepast. Wieldoppen kostten 76 in plaats van 21 euro, een stijging met 264 procent. Het toverwoord voor de verhoging van de prijzen is de ‘geschatte waarde’: hoeveel denkt de klant dat een wisselstuk kost?

De magische software die het antwoord op die vraag berekende, heet Partneo. Die software is ontwikkeld door een Franse consultant en expert in de optimalisatie van industriële winsten. Hij stapte er in september 2006 mee naar Renault en overtuigde de constructeur om de algoritmes los te laten op de catalogus met wisselstukken. Renault was zo tevreden dat het in 2008 aan de ontwikkelaar van Partneo de ‘award voor de winstgevendheid’ uitreikte.

Het adviesbureau Accenture, dat consultancy inzake ­management en technologie levert, zag ook brood in Partneo. In eerste instantie begon het bureau in 2009 een verregaande samenwerking met ontwikkelaar Laurent Boutboul, waarna PSA werd aangesproken om de software toe te passen. Ook met resultaat: de bouwer van Peugeot en Citroën wijzigde de prijs van 47.000 onderdelen en behaalde 110 miljoen euro extra winst. Uiteindelijk kocht Accenture het bedrijf achter Partneo in 2010 zelfs op.

Rechtszaak

Maar er kwam een haar in de boter. De oorspronkelijke ontwikkelaar van de software vond het niet kunnen dat Partneo mogelijk werd gebruikt om prijsafspraken te maken tussen de autoconstructeurs. Volgens hem namen ze een loopje met het mededingingsrecht. Hij begon voor de handelsrechtbank van Parijs een rechtszaak tegen Accenture, Renault en PSA. Op de vraag om een reactie verkoos de advocaat van Boutboul om geen commentaar te geven. Volgens Accenture is de informatie die we verkregen onjuist, is de rechtszaak tegen hen ongegrond en hebben ze altijd volgens de regels van de eerlijke concurrentie gewerkt. PSA ontkent met klem alle beweringen in verband met de toepassing van Partneo. Renault tot slot zegt dat het op geen enkele manier afspraken heeft gemaakt met PSA, en dat de prijsverhoging met vijftien procent en de toegenomen winsten niet overeenstemmen met hun eigen data.