Onderzoekers hebben een ‘dramatische en zeer uitzonderlijke’ vondst gedaan bij opgravingen in de verwoeste stad Pompeii. Het gaat om een onthoofd lichaam van een man. Pompeii raakte in het jaar 79 na Christus bedolven onder een meters dikke laag vulkanische as en brokstukken na een uitbarsting van de vulkaan Vesuvius.

Bij recente opgravingen vonden de archeologen het skelet van een man die vermoedelijk zo’n 35 jaar oud was toen hij stierf. De onderzoekers vermoeden dat de man probeerde weg te vluchten voor de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius. Een verwonding aan zijn been zou het onmogelijk gemaakt hebben om tijdig weg te geraken.

Waarschijnlijk keek de man nog om naar de uitbarsting toen hij geraakt werd door een brokstuk van 300 kilogram zwaar. Daardoor verloor hij zijn hoofd, meldt persbureau ANSA.

Volgens Massimo Osanna, die de leiding heeft over de opgraving bij de oude Romeinse stad, gaat het om een dramatische en uitzonderlijke vondst.

Leven in één klap stilgezet

De uitbarsting van de vulkaan Vesuvius maakte op 24 augustus 79 na Christus abrupt een einde aan de Romeinse stad Pompeii, in de voormalige Italiaanse provincie Napels. De stad raakte bedolven onder een meters dikke laag van vulkanische as en brokstukken.

Het leven van de inwoners van Pompeii werd in één klap stilgezet én bewaard. Daarom is de stad een zeldzame bron voor wetenschappers. Tijdens opgravingen worden steeds weer objecten gevonden die onder andere omstandigheden verloren gegaan zouden zijn.

Inmiddels is ongeveer 60 procent van Pompeii opgegraven. Daardoor kunnen archeologen nu nog steeds nieuwe, belangrijke vondsten blootleggen.