Partijvoorzitters verliezen geen loon als ze afwezig zijn
Bart De Wever (links) is één van de drie Vlaamse partijvoorzitters die van de uitzonderingsmaatregel kan genieten Foto: Belga

De partijvoorzitters staan boven het Kamerreglement. Dat blijkt uit een antwoord van Kamervoorzitter Siegfried Bracke aan Kamerlid Hendrik Vuye (Vuye&Wouters). 'Ik vraag en wil geen voorkeursbehandeling', reageert CD&V-voorzitter Wouter Beke.

De regel is dat parlementsleden die minder dan tachtig procent van de stemmingen bijwonen, tien procent van hun loon verliezen. Er waren al langer geruchten dat dit niet geldt voor de voorzitters die in de Kamer ­zetelen. Bracke bevestigt nu dat dit inderdaad zo is.

In een reactie zegt CD&V-voorzitter Wouter Beke dat hij geen reden ziet voor die 'voorkeursbehandeling' voor partijvoorzitters. Zelf zou Beke alvast niet onder het sanctiemechanisme vallen. 'Ik vind het belangrijk om mijn rol als parlementslid op te nemen. Vandaar dat ik ook een aanwezigheid heb van 87 procent. Ik val dus sowieso niet onder een of andere uitzonderingsmaatregel', aldus Beke.

Uitzondering

Parlementsleden verliezen 10 procent van hun loon als ze minder dan tachtig procent van de stemmingen in de plenaire vergadering bijwonen. Dat stijgt naar 30 procent als ze minder 70 procent bijwonen en 60 procent als ze minder dan de helft bijwonen. Vanaf de volgende regeerperiode geldt dat ook voor de stemmingen in commissievergaderingen.

Maar in 2003 werd een uitzondering ingevoerd voor partijvoorzitters. ‘En dat is sindsdien niet meer gewijzigd’, aldus Kamervoorzitter Bracke in een e-mail aan Vuye. Aan Vlaamse kant gaat het om Bart De Wever (N-VA), Wouter Beke (CD&V) en Meyrem Almaci (Groen). Bij de Franstaligen Elio Di Rupo (PS) en Olivier Chastel (MR).

Volgens Vuye is zoiets niet meer van deze tijd. ‘De uitzondering was bedoeld om de voorzitters toch een loon te kunnen geven. Maar intussen zijn de partijen rijk genoeg om dat loon zelf te betalen.’