Op een parking langs de E17 in Rekkem, vlak bij de Franse grens, vond zondag een controle tegen sociale dumping plaats, specifiek gericht tegen één Letse firma. De chauffeurs moesten wekenlang in hun vrachtwagen kamperen, op een parking zonder voorzieningen. Bij de controle werden verschillende inbreuken vastgesteld, en indicaties van mensenhandel.

De wet zegt dat chauffeurs na zes werkdagen minstens 45 uur aan de kant moeten staan. De werkgever moet daarbij zorgen voor accommodatie, zodat de werknemers geen weken in hun cabine moeten leven. Maar nogal wat transportfirma’s lappen die regel aan hun laars.

Om die reden hield het arbeidsauditoraat samen met de federale wegpolitie en de dienst Vreemdelingenzaken zondag een controle op de LAR-parking in Rekkem.

Daarbij werd een twintigtal vrachtwagens gecontroleerd. Naast inbreuken op de wekelijkse rusttijd stelde het arbeidsauditoraat ook gesjoemel met tachografen vast en waren er indicaties van mensenhandel. Acht vrachtwagens werden in beslag genomen.

Mensonterende omstandigheden

‘De actie was vooral gericht tegen één firma uit Letland. Het transportbedrijf gebruikt de parking vlakbij de Franse grens regelmatig als kampeerplaats voor zijn chauffeurs. Nochtans is het verboden voor vrachtwagenchauffeurs om de wekelijkse rust in hun vrachtwagen door te brengen’, vertelt Michèle Deconynck, substituut-arbeidsauditeur in Gent.

‘Die mensen worden uitgebuit en moeten kamperen in mensonterende omstandigheden. Er zijn totaal geen voorzieningen, enkel een vuil toilet van de oude douanepost’, besluit Deconynck. De Letse, Oekraïense en Russische chauffeurs moesten tot zes weken aan één stuk werken voor een loon van 370 euro per maand.