Alle leerkrachten uit het kleuter-, lager, en middelbaar onderwijs staan op de lijst met zware beroepen. Het hoger onderwijs valt erbuiten. Ook andere overheidsjobs, zoals politie en brandweer, zijn een zwaar beroep.

Alle onderwijsjobs, uitgezonderd lesgeven in het hoger onderwijs, staan op de lijst met zware beroepen. De gepresteerde jaren van leerkrachten uit het kleuter-, beroeps- en buitengewoon onderwijs wegen wel zwaarder door dan die van leerkrachten uit het lager en middelbaar onderwijs. Ook ondersteunende functies in het onderwijs gelden als zwaar beroep, met uitzondering van administratief personeel. Schooldirecteurs staan dan weer niet op de lijst. 

Andere overheidsjobs die de lijst haalden: postbode, treinbestuurder, vuilnisophalers, verpleger en verzorger, cipier, bus- en tramchauffeur, luchtverkeersleider, spoorpersoneel dat locomotieven onderhoudt of reizigers wegwijs maakt in de stations. Militairen, politie en hulpagenten, brandweermannen, personeel van de noodcentrale 112, douanepersoneel in de havens en luchthavens, bosarbeiders, loodsen en ambulanciers komen in aanmerking voor een erkenning als 'zwaar beroep'. 

Op de rem

De christelijke en liberale vakbond en minister van pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) kwamen gisteren tot een consensus over die lijst. Maar Open VLD en N-VA staan wel op de rem, en spreken nog niet van een ‘echt akkoord’. De beroepenlijst is een vertaling door de vakbonden van hun akkoord met Bacquelaine. De liberale minister moet de lijst nog aan de regering voorleggen. Al valt er voor de vakbonden niet meer over te onderhandelen: 'Die lijst moet nog worden bekrachtigd door de voltallige regering, maar de vakbonden zullen niet aanvaarden dat er op wordt afgedongen. Zo niet vervalt voor hen het compromis', zei ACV-onderhandelaar Luc Hamelinck.

Twee tot zes jaar vroeger?

Wie een zwaar beroep heeft, zal vroeger met pensioen kunnen gaan – in de praktijk twee tot zes jaar vroeger dan de algemene ­regel, al blijft de minimumpen­sioenleeftijd wel 60 jaar – of een hoger pensioen krijgen. De betrokkenen moeten minimaal tien jaar in een zwaar beroep hebben gewerkt. Het systeem moet in 2020 van kracht worden.

De regering heeft hiervoor een gesloten enveloppe voorzien van 70 miljoen euro, in het jaar 2020. Die budgettaire beperking is belangrijk, want houdt in dat zeker niet alle kandidaten hun pensioenleeftijd tot 60 jaar kunnen verlagen. Het is onduidelijk hoe groot de impact op elk zwaar beroep zal zijn. 

Contractueel en vastbenoemd

De bonden maakten gisteren nog enkele grote krachtlijnen bekend. Zo zullen de zware beroepen niet alleen van toepassing zijn op vastbenoemd overheidspersoneel, maar ook op al wie een ander statuut heeft (zoals tijdelijk en contractueel personeel). Een overgangsregeling van tien jaar, en het behoud van verworven rechten is ook afgesproken.

De onderhandelingen over de zware beroepen in de privésector zitten helemaal in het slop. Vakbonden en werkgevers zouden voor eind juni hun onderhandelingen moeten afsluiten. Maar de kansen op succes worden door de betrokken partijen als zeer klein ingeschat.

Hieronder vindt u de lijst van de zware beroepen. Deze beroepen krijgen in de lijst een ‘graad’, van 1 tot 4. Een beroep met graad 4 zal een lagere pensioenleeftijd hebben, dan een beroep met graad 1. Welke graad een beroep krijgt, hangt af van vier criteria: Fysiek belastend werk, belastende werkorganisatie, verhoogde veiligheidsrisico’s en mentale of emotionele belasting.

Voldoet het beroep aan één criterium, dan krijgt het ‘graad 1’, enzovoort. Het vierde criterium telt enkel mee als er nog een ander criterium geldt. Het is dus alleen een verzwarend element, geen alleenstaand criterium.

Naarmate voor een beroepsgroep 1, 2, 3 of 4 criteria zijn aanvaard, worden de gewerkte jaren vermenigvuldigd met factor 1,05 of 1,10 of 1,15. Een voorbeeld: voor wie 20 jaar werkt in een beroep dat voldoet aan 2 criteria, betekent dat: 20 jaar x 1,10 = 22 jaar.