OCMW wacht niet langer tot je zelf aanklopt
Foto: Kris Van Exel

Diensten zoals het OCMW gaan straks actiever op zoek naar mensen die het moeilijk hebben, zoals armen. Dat is het gevolg van een ­beslissing van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V). De hervorming moet de dienstverlening niet alleen toegankelijker maken, het is ook de bedoeling meer mensen te bereiken die zelf niet om hulp ­vragen.

Mensen met financiële problemen maar ook gehandicapten, chronisch zieken of slachtoffers van een misdrijf … allemaal hebben ze recht op ondersteuning van diensten zoals het OCMW. Denk aan een leefloon, schuldbemiddeling of juridisch advies. Alleen is het vaak lastig om te weten waar je recht op hebt, of voor welke steun je waar moet aankloppen. Bovendien dienen veel mensen – uit schaamte of onwetendheid – zelfs nooit een aanvraag in. Een grote hervorming van het lokaal sociaal beleid moet daar verandering in brengen.

Maar één keer getuigen

De afgelopen jaren liep op elf plaatsen al een proefproject met een ‘Geïntegreerd Breed Onthaal’. Op een conferentie vandaag in Brussel kondigt minister Vandeurzen aan dat die nieuwe aanpak begin volgend jaar wordt veralgemeend. OCMW’s in heel Vlaanderen moeten vanaf dan nauwer samenwerken met de Centra voor Algemeen Welzijn (CAW’s) en de maatschappelijke diensten van de ziekenfondsen. ‘Om te beginnen moet zo de toegankelijkheid verbeteren’, zegt Sarah Vanderriest, coördinator van het proefproject in Diksmuide. Iemand die één keer zijn verhaal doet, kan straks hulp krijgen van alle drie die diensten. Nu moeten mensen soms drie keer op afspraak en drie keer hun soms pijnlijke verhaal vertellen. Gewoon omdat er zo weinig overleg is.

De tweede doelstelling is dat de drie organisaties meer mensen bereiken die niet zelf om hulp vragen. In Diksmuide gebeurt dat met landbouwers. ‘We weten dat boeren het vaak finan­cieel moeilijk hebben. Toch kloppen ze amper aan bij het OCMW.’ Dus gaan medewerkers den boer op om de landbouwers zelf, maar ook mensen in hun omgeving, te informeren over welke hulp bestaat. ‘Er is schaamte’, zegt Vanderriest. ‘Maar er zijn ook praktische problemen. Zo is langskomen tijdens de kantooruren voor boeren moeilijk.’

De handen vol

Een verplichting is de nieuwe manier van werken niet voor OCMW’s. De Vlaamse overheid kan lokale besturen niet opleggen om samen te werken, maar is wel van plan te investeren in extra personeel. Hoeveel precies, is nog niet bekend. ‘Extra middelen zijn cruciaal’, zegt Nathalie ­Debast van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. ‘Veel diensten hebben nu al de handen vol met dossiers van bestaande cliënten. Alleen met extra financiële steun kunnen ze ook op zoek naar mensen die nu uit de boot vallen.’