Zwerfvuil puilt uit van plastic en blik
Foto: fvv
Plastic flessen en blikjes maken met 43 procent het gros van het volume zwerfvuil uit, leert een Limburgse telling.

In de huidige discussie over statiegeld op plastic flessen en blikjes worden uiteen­lopende cijfers gehanteerd over hoeveel zwerfvuil er ligt en hoe dat precies is samengesteld. De tegenstanders van statiegeld, waaronder de N-VA, citeren voor het aandeel PET en blikjes in het zwerfvuil cijfers van de afvalmaatschappij Ovam:  1,5 procent langs winkelstraten en 12 procent  langs landelijke wegen.
Om het welles-nietesspelletje te stoppen, heeft de intercommunale Limburg.net nu laten uitzoeken waaruit zwerfvuil bestaat.  De Standaard kon de resultaten inkijken. De intercommunale verzamelde de oogst van de opruim­acties die eind april in alle gemeenten (op drie na) van het werkgebied plaatsvonden onder de vlag straat.net. Van de bijeengeharkte 50 ton werd 500 kg aan het Gentse milieubedrijf OWS bezorgd voor analyse. Alle fracties werden uitgesorteerd en gewogen. Tegelijk werd het volume bepaald en van de drankverpakkingen werd het aantal stuks geteld.

Kris Somers, de directeur finan­ciën en externe relaties van Limburg.net, maakt zich sterk dat dit in Vlaanderen het eerste objectieve, wetenschappelijk onderbouwde onderzoek naar zwerfvuil is. ‘De Universiteit Hasselt heeft berekend hoeveel zakken er nodig waren voor een representatief staal.’ Dat bleken er 202 te zijn.

Argument pro statiegeld

Bekeken per gewicht waren de folies de zwaarste fractie, gevolgd door glazen en metalen drank­verpakkingen. Op basis van volume staken metalen en plastic drankverpakkingen erboven uit.  Zij maakten 43,3 procent van het zwerfvuil uit (zie grafiek). 
Voor Somers bieden die vaststellingen een sterk argument om statiegeld in te voeren.  ‘Het gaat om een zichtbaar probleem, dan is volume het relevantst. Als je bijna de helft van dat zwerfvuil eruit kunt halen, kun je snel verbetering realiseren.’
De industrie en de distributie zweren bij extra handhaving en camera’s in de strijd tegen zwerfvuil.  ‘Ik lees dat Kortrijk een camera per 500 inwoners heeft. Een camera kost 12.000 euro. Wie zal daarvoor opdraaien? De belastingbetaler of de industrie? Voor de prijs van drie camera’s heb je al een automaat waar mensen hun lege blikjes en flessen terug kunnen brengen.’

Limburg.net is met 45 gemeenten de grootste intercommunale van Vlaanderen. ‘Wij kunnen het ons permitteren onze nek uit te steken voor statiegeld. Als we de banbliksems van de industrie en Fost Plus over ons heen krijgen, is dat maar zo.’ De intercommunale wil de telling jaarlijks herhalen.

Deze definitie van zwerfvuil werd gehanteerd in het Limburgse onderzoek: ‘Klein afval dat mensen al dan niet onbewust op een daarvoor niet bestemde plaats achterlaten.’ Voorbeelden zijn sigarettenpeuken, kauwgom, etensresten, blikjes, flesjes, snoepwikkels, zakdoekjes. Zat er niet in: sluikstort, hondenpoep, afval van evenementen en drijfvuil in het water.