De burgemeester van Thessaloniki is bij een herdenkingsplechtigheid in elkaar geslagen door extreemrechtse nationalisten. Twee personen zijn opgepakt.

Een tiental mensen belaagden Yiannis Boutaris toen die zaterdag een herdenkingsplechtigheid bijwoonde van wat in Griekenland bekendstaat als de ‘Griekse genocide’. Ze herdachten de etnische Grieken die door de Turken zijn gedood tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De burgemeester van de tweede grootste stad van Griekenland werd op de grond gegooid en geschopt. ‘Het was een nachtmerrie’, zei de 75-jarige burgemeester nadat hij zondag het ziekenhuis had mogen verlaten. ‘Ze sloegen me overal, met hun vuisten en voeten.’

Yiannis Boutaris staat bekend om zijn antinationalistische standpunten en is een uitgesproken pleitbezorger van multiculturalisme. Zo heeft hij de bouw van een moskee in de stad gesteund en is hij de drijvende kracht achter een nieuw Holocaust-museum. Dat noemde hij een ‘baken tegen racisme en fascisme’.

Verdachten

Intussen zijn twee mannen gearresteerd. Een van de mensen die is opgepakt, is een 36-jarige man die eerder al voor overvallen is gearresteerd. De andere is een 20-jarige die bekend heeft, zegt de politie. De jongeman zegt dat hij boos was door een uitspraak van Boutaris over betere relaties met Turkije.

De politie spoort nog andere verdachten op. Volgens haar gaat het om ‘extreemrechts tuig’.

Sommige extreemrechtse Grieken prezen de aanval. ‘Dit is het lot van verraders’, tweette de burgemeester van Mycenae-Argos van de centrumrechtse oppositiepartij Nea Dimokratia.

Premier Alexis Tsipras noemt de aanvallers extreemrechtse bullebakken die de gevolgen van hun acties moeten dragen.