In Roeselare hebben zaterdagavond ongeveer 250 mensen een herdenkingsmars gehouden voor Moïse ‘Lamine’ Bangoura. De 27-jarige Guineeër kwam op 7 mei om het leven bij een uithuiszetting. De sfeer werd even grimmig toen de manifestanten toch richting stadscentrum wilden trekken.

Op 7 mei werd Moïse Bangoura door de deurwaarder en de politie uit zijn huis in Roeselare gezet. De jonge man verzette zich hevig, waardoor extra politiemensen moesten opgeroepen worden. Uiteindelijk kon ‘Lamine’ overmeesterd werden, maar hij zeeg plots neer. De Guineeër overleed ter plaatse.

Volgens het parket van Kortrijk zijn er geen aanwijzingen van buitensporig politiegeweld. Uit de autopsie bleek later dat het slachtoffer geen breuken had opgelopen. Van bloed was ook geen sprake. De familie en vrienden van Bangoura leggen zich niet neer bij die stelling en willen de details van het onderzoek kennen. Daarom werd hun herdenkingsmars ook opgevat als een protestmars tegen politiegeweld.

‘We willen een signaal geven aan de mensen dat er snel antwoorden moeten komen’, zei de initiatiefnemer bij de start van de mars. De manifestanten zijn ervan overtuigd dat de politie zwaar zijn boekje te buiten ging. ‘Het is tijd dat de politie leert omgaan met mensen. Het kan niet dat iemand sterft bij een uithuiszetting. Iedereen die hier staat, weet wat er écht gebeurd is met ‘Lamine’. Het kan ook niet dat hij nog steeds geen begrafenis heeft gekregen.’

Ook de familie van Moïse Bangoura tekende present. Ze hekelen het feit dat ze nog steeds niet precies weten wat hun familielid is overkomen. ‘Er is iets gebeurd dat we niet mogen weten. Zijn papa mocht niet het volledige lichaam zien, enkel het gezicht. Dat vinden we niet normaal’, aldus Moussa Nimaga. Ook Mohamed Soumah vraagt politie en parket om duidelijkheid. ‘We hebben nog steeds geen autopsierapport gezien. We vragen aan justitie om het maximum te doen, dat gerechtigheid kan geschieden.’

De optocht verliep in eerste instantie rustig, maar dreigde halfweg toch even uit de hand te lopen. Enkele manifestanten gingen immers niet akkoord met het door de politie opgelegde parcours. Ze wilden richting stadscentrum, maar stootten op een blokkade van de politie. Er werden enkele projectielen gegooid, waarop de ordediensten met het waterkanon dreigden. Uiteindelijk slaagden de organisatoren er in om de gemoederen te bedaren en keerden de betogers toch terug naar het station van Roeselare. De herdenkingsmars werd rond 20 uur afgesloten met een applaus voor ‘Lamine’.