Op de Jose Marti luchthaven van de Cubaanse hoofdstad Havana is vrijdagavond kort na het opstijgen een Boeing 737 neergestort. Van de 113 inzittenden overleefden slechts drie passagiers de crash.

De vlucht, uitgevoerd door staatsluchtvaartmaatschappij Cubana de Aviacion, was onderweg van de hoofdstad Havana naar het oostelijk gelegen stadje Holguin. Vlak na het opstijgen kwam het toestel, dat werd geleaset van een kleine Mexicaanse maatschappij, echter al in de problemen. 

Getuigen melden dat ze een grote 'vuurbal' zagen, en daarna een enorme rookpluim. Een omwonende vertelt aan de Amerikaanse nieuwszender CNN dat hij vlak voor de crash het toestel heen en weer zag slingeren, terwijl de motoren een hoog toerental maakten.

Het toestel stortte uiteindelijk neer in een landbouwgebied, amper twintig kilometer ten zuiden van Havana. Cubaanse staatsmedia melden dat slechts drie passagiers de crash zouden hebben overleefd, allemaal vrouwen.

Nationale rouw

Het overgrote merendeel van de inzitten had de Cubaanse nationaliteit, al waren er ook twee Argentijnen en een Mexicaan onder de passagiers. De zeskoppige crew bestond uit Mexicanen.

De hulpdiensten kwamen na het ongeval meteen massaal ter plaatse, net als de Cubaanse president Miguel Díaz-Canel. Hij condoleerde er nabestaanden van de slachtoffers en beloofde een onderzoek naar de omstandigheden van de crash. Ook oud-president Raúl Castro maakte zijn condoleances over.

Op Cuba zijn twee dagen van nationale rouw afgekondigd.